Stem Groen

Hieronder is een ingevuld stemformulier te vinden voor het referendum. Het formulier is ons gestuurd door een student die groen stemt, voor een charter en senaat is. Ook is zoveel mogelijk aangegeven waarom er een bepaalde keuze is gemaakt. Wij konden ons vinden in de argumentatie en de stemkeuzes en hebben daarom besloten dit met u te delen als beter uitgewerkt stemadvies.

 

SENAAT

Als eerste willen we graag uw mening over het idee om een ‘senaat nieuwe stijl’ in te stellen.

Indien u meer informatie wilt lezen over dit onderwerp: onder de vraag staat een beschrijving van het doel en de samenstelling van de ‘senaat nieuwe stijl’. Onderaan de pagina vindt u ook de knop “volgende”.

  1. Hoe staat u tegenover de invoering van zo’n ‘senaat nieuwe stijl’?

❍ Zeer negatief

❍ Negatief

❍ Neutraal

❍ Positief

Zeer positief

❍ Weet niet, geen mening

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Een brede senaat geeft de mogelijkheid om eindelijk goed te discussiëren over waar de universiteit voor staat. Ook kan de senaat er voor zorgen dat de kernwaarden van de universiteit gewaarborgd worden als er decentraal en centraal beleid wordt gemaakt.

    Doel en samenstelling van de senaat nieuwe stijl
    De commissie D&D stelt een ‘senaat nieuwe stijl’ voor: Een representatief forum dat waakt over de waarden die ten grondslag liggen aan het beleid en bestuur van de Universiteit van Amsterdam en fungeert als kritisch ‘geweten’. De ‘senaat nieuwe stijl’ adviseert de universitaire gemeenschap en haar bestuur over beleidsvraagstukken op verschillende terreinen die de universiteit als geheel aan gaan.
    Qua samenstelling denkt de commissie dat er in deze ‘senaat nieuwe stijl’ zetels zouden moeten zijn voor vast aangesteld wetenschappelijk personeel (inclusief hoogleraren), tijdelijk wetenschappelijk personeel, studenten, promovendi, de decanen van de faculteiten, collegeleden en medewerkers van de ondersteunende diensten. Het voorbereidend werk gaat via breed samengestelde werkgroepen en open raadpleging van de gemeenschap.
    De ‘senaat nieuwe stijl’ moet voorkomen dat discussies over de toekomst van onderwijs en onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam te veel bepaald wordt door strijd over deelbelangen of de waan van het moment in plaats van argumenten en brede gedachtewisseling en afweging.

CHARTER

De volgende vragen gaan over het idee om een charter vast te stellen met daarin een aantal kernwaarden die ten grondslag liggen aan het bestuur en beleid van de Universiteit van Amsterdam.

We vragen u zo een aantal verschillende kernwaarden te beoordelen die een belangrijke rol kunnen spelen bij het bestuur en beleid van de Universiteit van Amsterdam. Maar eerst zijn we benieuwd hoe u in beginsel staat tegenover het principe van een charter als grondslag voor het beleid en bestuur van de Universiteit van Amsterdam.

Indien u meer informatie wilt lezen over dit onderwerp: onder de vraag staat een toelichting bij de betekenis van een charter voor de Universiteit van Amsterdam. Onderaan de pagina vindt u ook de knop “volgende”.

  1. Hoe staat u in beginsel tegenover het principe van een charter als grondslag voor het beleid en bestuur van de Universiteit van Amsterdam?

❍ Zeer negatief

❍ Negatief

❍ Neutraal

❍ Positief

Zeer positief

❍ Weet niet, geen mening

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Een charter kan ervoor zorgen dat beleid dat decentraal en centraal gemaakt wordt wel bepaalde kernwaarden in ogenschouw neemt, zoals diversiteitbeleid en een verscheidenheid aan academische perspectieven in het curriculum.

    Het belang van het ‘Charter van de Universiteit van Amsterdam’
    Een charter geeft een antwoord op de vraag: ‘Wat ben je voor organisatie, waar staat die organisatie voor en waarom is dat de moeite waard?’ Maar ook: ‘Herken je dat in wat de organisatie doet en herkent de omgeving dat ook?’ Het charter bevat de kernwaarden die aan bestuur en beleid ten grondslag liggen. Door deze waarden vast te leggen verbindt de universiteit er zich expliciet aan en worden deze waarden minder vrijblijvend. Juist in een snel veranderende wereld en de onvermijdelijke spanningen en problemen binnen een organisatie als de UvA is een oriëntatie op kernwaarden belangrijk.

    <Indien het antwoord op vraag 3 is: zeer positief, positief, neutraal of weet niet, geen mening dan naar: KERNWAARDEN A>
    <Indien het antwoord op vraag 3 is: zeer negatief, negatief dan naar KERNWAARDEN B>

KERNWAARDEN A

De volgende vragen gaan over acht kernwaarden die een belangrijke rol kunnen spelen bij het bestuur en beleid van de Universiteit van Amsterdam. Wij willen bij elk van deze uitspraken van u weten of u vindt dat deze in het charter moet worden opgenomen.
<de waarden worden in random volgorde aangeboden>
De verbondenheid tussen universiteit en samenleving

  1. ‘Universitair onderwijs en onderzoek zijn een publieke zaak en tegelijkertijd onlosmakelijk verbonden met kritische distantie en academische vrijheid.’

Vindt u dat deze waarde in het charter van kernwaarden van de UvA moet worden opgenomen?

❍ Zeker niet

❍ Waarschijnlijk niet

❍ Waarschijnlijk wel

Ja, zeker wel

❍ Weet niet, geen mening

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Hoewel er gekeken moet worden naar wat er speelt in de samenleving, moet onderzoek niet volledig beoordeeld worden op het “nut” dat het kan hebben om een product te produceren of probleem op te lossen. Bij onderwijs moet er rekening mee worden gehouden dat een bepaald vakgebied op een later moment zeer belangrijk kan blijken al is dat nu niet direct zichtbaar.

De dynamiek van kennisontwikkeling

  1. ‘Universitair wetenschappelijk onderzoek richt zich op de ontwikkeling en het gebruik van nieuwe wetenschappelijke kennis in (trans)nationale verbanden.’

Vindt u dat deze waarde in het charter van kernwaarden van de UvA moet worden opgenomen?

❍ Zeker niet

❍ Waarschijnlijk niet

❍ Waarschijnlijk wel

❍ Ja, zeker wel

Weet niet, geen mening

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Ik weet niet wat hiermee wordt bedoeld.

    Ontwikkeling van een kritische wetenschappelijke houding

    9. ‘Bevordering van een kritische wetenschappelijke houding en denkwijze is het onderscheidend kenmerk van universitair onderwijs, ongeacht of studenten zich voorbereiden op een carrière in de wetenschapsbeoefening of daarbuiten.’

    Vindt u dat deze waarde in het charter van kernwaarden van de UvA moet worden opgenomen?
    ❍ Zeker niet
    ❍ Waarschijnlijk niet
    ❍ Waarschijnlijk wel
    Ja, zeker wel
    ❍ Weet niet, geen mening

    10. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    De kritisch wetenschappelijke houding, dat wil zeggen het in breder perspectief kunnen plaatsen van bepaalde ontwikkelingen en gebeurtenissen, is iets dat in een steeds complex wordende samenleving zeer belangrijk is. Het gaat niet enkel om het kunnen doen van onderzoek volgens bepaalde vakspecifieke regels, of het leren van vaardigheden die direct in de praktijk kunnen worden ingezet. Een kritische houding en denkwijze dragen bij aan een maatschappij en een vakgebied dat niet dogmatisch blijft hangen in een bepaalde denkwijze, maar waar ruimte is voor ontwikkeling en verschillende perspectieven.

Universitaire gemeenschap

  1. ‘De universiteit is een gemeenschap van wetenschappelijk personeel, ondersteunend personeel en studenten waarin argumenten en onderling respect belangrijker zijn dan formele posities en hiërarchie, die tevens recht doet aan verschillen tussen haar leden in ambities, culturele en intellectuele achtergrond en persoonlijke omstandigheden.’

Vindt u dat deze waarde in het charter van kernwaarden van de UvA moet worden opgenomen?

❍ Zeker niet

❍ Waarschijnlijk niet

❍ Waarschijnlijk wel

Ja, zeker wel

❍ Weet niet, geen mening

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    In een klimaat waar wederzijds respect en samenwerking plaatsvindt, kunnen mensen beter hun werk verrichten of hun studie volgen. Iedereen kan altijd van anderen leren, en een dergelijk klimaat draagt bij aan de ontwikkeling van personen.

    Decentralisering

    13. ‘De universitaire organisatie heeft een zo beperkt mogelijk aantal bestuurlijke niveaus. Taken en bevoegdheden van elk zijn duidelijk onderscheiden ter bevordering van autonomie en eigenaarschap van studenten en medewerkers inzake de eigen werksituatie.’

    Vindt u dat deze waarde in het charter van kernwaarden van de UvA moet worden opgenomen?
    ❍ Zeker niet
    ❍ Waarschijnlijk niet
    ❍ Waarschijnlijk wel
    Ja, zeker wel
    ❍ Weet niet, geen mening

    14. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Iedereen weet zelf het beste hoe zij hun werk of studie kunnen vormgeven, wat voor hen werkt; hoe kennis het beste overgebracht kan worden, hoe administratie zo effectief mogelijk wordt bijgehouden, hoe kennis opgenomen kan worden. Er moet sprake zijn van vertrouwen in de competenties van de medewerkers en studenten, zij zijn immers professionals op hun eigen manier.

Autonomie

  1. ‘Medewerkers worden zo veel mogelijk in staat gesteld om in collegiaal overleg en zelfstandig hun werkzaamheden te organiseren.

Vindt u dat deze waarde in het charter van kernwaarden van de UvA moet worden opgenomen?

❍ Zeker niet

❍ Waarschijnlijk niet

❍ Waarschijnlijk wel

Ja, zeker wel

❍ Weet niet, geen mening

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Academisch personeel is zeer gespecialiseerd en weet zelf heel goed hoe kennis van een bepaald vakgebied het best overgedragen kan worden. Ondersteunend personeel is gespecialiseerd op hun eigen vakgebied en weet daarom zelf hoe hun taken het best uitgevoerd kunnen worden.

    Zeggenschap

    17. ‘De zeggenschap van medewerkers en studenten is erop gericht om samen met het bestuur collectieve en gedeelde ambities en een daarmee samenhangend beleid vast te stellen.’

    Vindt u dat deze waarde in het charter van kernwaarden van de UvA moet worden opgenomen?
    ❍ Zeker niet
    ❍ Waarschijnlijk niet
    ❍ Waarschijnlijk wel
    Ja, zeker wel
    ❍ Weet niet, geen mening

    18. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Aangezien medewerkers en studenten zelf het beste weten hoe zij onderwijs willen geven, krijgen, onderzoek willen doen, of hun taken uit willen voeren, dienen zij ook de mogelijkheid te hebben om beleid vast te stellen. Nu is het vaak zo dat medewerkers en studenten enkel onderhevig zijn aan beleid dat van bovenaf wordt opgelegd en waar zij zelf niet over hebben meebesloten. Zij zijn dus enkel verantwoordelijk voor de uitvoering, terwijl hun expertise veel beter benut kan worden.

Deugdelijk bestuur

  1. ‘Wie bestuurlijke functies op zich neemt, respecteert het karakter van de universiteit en de vrijheid van medewerkers en studenten om met publieke middelen inhoud te geven aan onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening.’

Vindt u dat deze waarde in het charter van kernwaarden van de UvA moet worden opgenomen?

❍ Zeker niet

❍ Waarschijnlijk niet

❍ Waarschijnlijk wel

Ja, zeker wel

❍ Weet niet, geen mening

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Medewerkers en studenten zijn goed in staat zelf hun taken vorm te geven. Hoewel er fouten gemaakt kunnen worden, kan daar ook van worden geleerd als zij zelf beslismacht en verantwoordelijkheid hebben.

 

kernwaarden B wordt overgeslagen

<allen>

  1. Wilt u zelf nog een of meer waarde toevoegen aan de acht uitspraken over kernwaarden in de vorige vragen?
    Ja
    ❍ Nee

    <Indien vorige vraag JA; door naar vraag 38>
    <Indien vorige vraag NEE: door naar vraag 39>

    38. Geef hieronder een korte omschrijving van de waarde(n) die u wilt toevoegen. Als u meer dan één waarde wilt toevoegen, begin dan met de belangrijkste. Kies voor ‘verder’ als u hiermee klaar bent.
    Diversiteit van personeel en studenten moet gewaarborgd worden, want dit draagt bij aan een diverser academisch perspectief.
    Diversiteit van curricula moet gewaarborgd worden, want zo wordt een breder begrip opgebouwd van verschillende ideeën en perspectieven. Zo kan de eerder genoemde kritisch wetenschappelijke blik en houding
    verbeterd worden.

PRINCIPES VOOR DEMOCRATISERING EN DECENTRALISERING

De volgende vragen gaan over principes die ten grondslag liggen aan democratisering en decentralisering van bestuur en organisatie van de Universiteit van Amsterdam. Kies bij elke vraag het principe van uw voorkeur. De gekleurde balletjes verwijzen naar de vier modellen voor bestuur en organisatie die de commissie ontworpen heeft. Elke antwoordmogelijkheid verwijst naar één of meerdere modellen.

Hieronder worden de vier modellen kort beschreven. Klik op ‘volgende’ onderaan de pagina om door te gaan.

Het blauwe model

  • De huidige situatie: Bestuurders nemen besluiten en ondernemings- en studentenraden op universiteits- en op faculteitsniveau hebben een beperkte adviserende en bijsturende rol (advies- en instemmingsrechten).
  • Faculteiten kennen afzonderlijke organisaties voor onderwijs, onderzoek en personeel. Binnen deze decentrale eenheden is geen formele medezeggenschap. Ze worden geleid door bestuurders die door de decaan worden aangesteld.

Het oranje duale model

  • Bestuurders nemen besluiten en ondernemings- en studentraden op universiteits- en op faculteitsniveau hebben een sterke bijsturende rol. Naast instemmings- en adviesrecht hebben zij ook initiatief- en amenderingsrecht.
  • Faculteiten kennen afzonderlijke organisaties voor onderwijs, onderzoek en personeel, met door de decaan aangestelde bestuurders. Binnen deze eenheden zal een nader te bepalen vorm van medezeggenschap worden gerealiseerd.

Het gele participatieve model

  • Raden op centraal en facultair niveau bestaande uit medewerkers en studenten bepalen het beleid. Gekozen dagelijkse bestuurders bereiden het beleid voor en voeren dit uit.
  • Binnen faculteiten komt de verantwoordelijkheid voor onderwijs, onderzoek, financiën en personeel te liggen bij decentrale eenheden per vakgebied. Deze worden bestuurd door raden bestaande uit medewerkers en studenten. Zij kiezen een dagelijks bestuur.

Het groene zelforganiserende zelfsturende model

  • Raden op centraal en facultair niveau bestaande uit medewerkers en studenten bepalen het beleid. Gekozen dagelijkse bestuurders bereiden het beleid voor en voeren dit uit.
  • Binnen faculteiten komt de verantwoordelijkheid voor onderwijs, onderzoek, financiën en personeel te liggen bij decentrale eenheden per vakgebied. Medewerkers en studenten worden in de gelegenheid gesteld om zelf de organisatie en het bestuur van deze eenheden te ontwerpen.
  • Binnen vier jaar wordt over de wenselijkheid van het voortbestaan van de facultaire bestuurslaag besloten op basis van evaluaties.

<De opties bij elk onderwerp worden in een willekeurige wisselende volgorde aangeboden. Dus de vragen zelf niet. De laatste twee opties hieronder blijven altijd op de laatste plaats staan.>

De volgende vragen gaan over zes thema’s:

  1. Het bestuur op centraal niveau
  2. Het bestuur op facultair niveau
  3. Het bestuur op decentraal niveau (dat zijn nu onderwijsinstituten, onderzoeksinstituten en afdelingen)
  4. De organisatie binnen de faculteiten
  5. Openheid van en participatie in het bestuur
  6. Het voortbestaan van de huidige faculteiten

    Wat heeft uw voorkeur als het gaat om het bestuur van de UvA op centraal niveau?

❍ Een college van bestuur, benoemd door de raad van toezicht, is verantwoordelijk voor het beleid. De centrale ondernemingsraad en studentenraad hebben beperkt instemmings- en adviesrecht en kunnen niet besluiten tot nieuw beleid

❍ Een college van bestuur, benoemd door de raad van toezicht, is verantwoordelijk voor het beleid. De centrale ondernemingsraad en centrale studentenraad krijgen meer bevoegdheden en er wordt het recht ingevoerd om besluiten te wijzigen en voorstellen te doen voor nieuw beleid

Een gekozen universiteitsraad bestaande uit medewerkers en studenten bepaalt het beleid van de universiteit. Het college van bestuur van de universiteit legt verantwoording af aan de raad. De raad kiest de leden van het college

❍ Ik heb hierover geen mening

❍ Ik ben tegen elk van de bovenstaande opties

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Medewerkers en studenten weten zelf het best hoe taken uitgevoerd moeten worden, hoe kennis overgedragen kan worden, hoe men het beste studeert of onderzoek kan doen. Het is daarom niet meer dan logisch dat studenten en medewerkers hierover zelf beleid maken, niet een groep managers dat is aangesteld door een onzichtbaar orgaan en die enkel aan dat onzichtbare orgaan verantwoording hoeft af te leggen.
  1. Wat heeft uw voorkeur als het gaat om het bestuur van de UvA op facultair niveau?

❍ Een decaan, benoemd door het college van bestuur, is verantwoordelijk voor het beleid. De ondernemingsraad en de studentenraad hebben beperkt instemmings- en adviesrecht, maar kunnen niet besluiten tot nieuw beleid

❍ Een decaan, benoemd door het college van bestuur, is verantwoordelijk voor het beleid. Iedere faculteit heeft een ondernemingsraad en een studentenraad en deze raden krijgen meer bevoegdheden. Er wordt ook amenderingsrecht ingevoerd, waardoor er voorstellen tot wijzigingen van beleid kunnen worden gedaan

Een faculteitsraad bestaande uit medewerkers en studenten, bepaalt het beleid van de faculteit. Medewerkers en studenten kiezen de leden van de raad. De decaan legt verantwoording af aan de raad, de raad kiest de decaan

❍ Ik heb hierover geen mening

❍ Ik ben tegen elk van de bovenstaande opties

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Medewerkers en studenten weten zelf het best hoe zij willen werken, onderzoeken, onderwijs geven, of studeren. Het is dan ook niet meer dan normaal dat zij toonaangevend zijn in het beleidmakende én beleiduitvoerende proces. Een decaan moet daaraan ondergeschikt zijn en een faciliterende rol aannemen.
  2. Wat heeft uw voorkeur als het gaat om het bestuur op decentraal niveau?

❍ Voorzitters van afdelingen en directeuren van onderwijsinstituten (de huidige colleges en graduate schools) en onderzoeksinstituten worden benoemd door de decaan. Zij kunnen – via de decaan – aangesproken worden door de medezeggenschapsraden van de faculteit. Er is binnen deze instituten en afdelingen geen formele medezeggenschap

❍ Voorzitters van afdelingen en de directeuren van onderwijs- en de onderzoeksinstituten worden benoemd door de decaan. Er wordt voor de afdelingen, onderwijs- en de onderzoeksinstituten een eigen vorm van medezeggenschap in het leven geroepen

❍ Decentrale eenheden zijn op een bepaald vakgebied integraal verantwoordelijk voor onderwijs, onderzoek, personeel en geld. Er is een gekozen bestuursraad bestaande uit medewerkers en studenten. Deze hebben een beleidsvoorbereidende en uitvoerende rol

❍ Medewerkers en studenten worden in de gelegenheid gesteld zelf de organisatie en het bestuur te ontwerpen van de nieuw in te stellen decentrale eenheden die verantwoordelijk zijn voor onderwijs, onderzoek, personeel en geld binnen een bepaald vakgebied

❍ Ik heb hierover geen mening

❍ Ik ben tegen elk van de bovenstaande opties

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Medewerkers en studenten weten zelf het best hoe zij willen studeren, werken en onderzoeken. Door hen de gelegenheid te geven dit zelf vorm te geven, gaat de kwaliteit van hun werk, onderzoek en studie vooruit omdat men zich eigenaar voelt over wat ze doen.

    47. Wat heeft uw voorkeur als het gaat om de organisatie op het decentrale niveau binnen de faculteiten?
    ❍ Faculteiten bestaande uit afzonderlijke afdelingen, colleges, scholen en onderzoeksinstituten
    Faculteiten bestaan uit zelfstandige decentrale eenheden per vakgebied die integraal verantwoordelijk zijn voor onderwijs, onderzoek, geld en personeel
    ❍ Ik heb hierover geen mening.
    ❍ Ik ben tegen elk van de bovenstaande opties.

    48. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Voor elk vakgebied werkt een andere vorm van onderwijs, organisatie en onderzoek. Hoewel er overlap kan bestaan en interdisciplinaire initiatieven de ruimte moeten krijgen, weten medewerkers en studenten zelf het beste waar behoefte aan is. Een centraal opgelegde vorm heeft ook invloed op de inhoud en kan dit schaden op het moment dat de vorm voor een bepaalde discipline niet goed functioneert.

  2. Wat heeft uw voorkeur als het gaat om openheid en participatie in het bestuur en beleid van de UvA?
    ❍ De informatieverstrekking voorafgaand aan en volgend op de besluitvorming in de vergaderingen van de ondernemings- en studentenraden wordt verbeterd
    De representativiteit van raden en medezeggenschapsorganen wordt drastisch bevorderd door meer transparantie en participatiemogelijkheden. Bijvoorbeeld in de vorm van online platforms die discussie stimuleren, discussie- en beslisvergaderingen en themacongressen
    ❍ Ik heb hierover geen mening
    ❍ Ik ben tegen elk van de bovenstaande opties

    50. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Op dit moment zijn bestuurders vaak moeilijk te bereiken en zijn de verantwoordelijkheden en mogelijkheden om te participeren onvoldoende duidelijk. Hierdoor voelt men zich minder betrokken bij het proces en gaat de kwaliteit van beleidvorming achteruit.

    51. Wat heeft uw voorkeur als het gaat om het voortbestaan en de indeling van faculteiten?
    ❍ Behouden van de huidige indeling in faculteiten
    ❍ Evaluatie van nut en noodzaak van handhaving van het facultaire niveau binnen vier jaar
    Ik heb hierover geen mening
    ❍ Ik ben tegen elk van de bovenstaande opties

    52. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Ik weet niet wat dit inhoudt. Dit punt is onvoldoende uitgewerkt.

BESTUURSMODELLEN

De commissie Democratisering en Decentralisering onderscheidt vier bestuurs- en organisatiemodellen. Deze zijn combinaties van principes uit de voorafgaande vragen.

Onder de vraag staan de beschrijvingen van de bestuurs- en organisatiemodellen nogmaals weergegeven. De knop “volgende” staat onderaan de pagina.

  1. We leggen u nu de vier bestuurs- en organisatiemodellen integraal voor. Naar welk model gaat uw voorkeur uit? Klik dit aan. Rangschik de modellen in de volgorde van meeste voorkeur tot minste voorkeur.

De optie waar u het eerst op klikt verschijnt als nummer 1 in de rangorde. Als u een geselecteerde optie aanklikt, verdwijnt deze uit uw rangschikking. U hoeft niet alle opties te rangorden.

❍ Het blauwe model  (4)

❍ Het oranje duale model (3)

Het gele participatieve model (2)

Het groene zelforganiserende model (1)

❍ Ik ben tegen elk van de bovenstaande opties

❍ Ik heb hierover geen mening

  1. Als u dat wilt, kunt u uw oordeel toelichten:
    In overeenstemming met wat ik eerder heb aangegeven, ben ik van mening dat studenten en medewerkers capabel genoeg zijn om zelf te bepalen wat belangrijk is voor het werk, onderzoek of de studie die zij doen. Zij behoren daarom ook de mogelijkheid te hebben de vorm hiervan in overleg met elkaar vast te stellen, omdat de vorm wel degelijk invloed heeft op de inhoud. Men is in staat om weloverwogen besluiten te nemen en als er fouten worden gemaakt deze te herstellen. Dit doen op kleinschalig niveau maakt de betrokkenheid van mensen makkelijker waardoor het beleid beter is afgestemd op de daadwerkelijke belangen en behoeften van de betrokkenen, daarnaast maakt het het maken van fouten minder ernstig, omdat dit vaak op tijd bijgesteld kan worden en geen enorme reorganisatie vereist.

    Vier bestuurs- en organisatiemodellen
    Het blauwe model
     De huidige situatie: Bestuurders nemen besluiten en ondernemings- en studentenraden op universiteits- en op faculteitsniveau hebben een beperkte adviserende en bijsturende rol (advies- en instemmingsrechten).
     Faculteiten kennen afzonderlijke organisaties voor onderwijs, onderzoek en personeel. Binnen deze decentrale eenheden is geen formele medezeggenschap. Ze worden geleid door bestuurders die door de decaan worden aangesteld.

    Het oranje duale model
     Bestuurders nemen besluiten en ondernemings- en studentraden op universiteits- en op faculteitsniveau hebben een sterke bijsturende rol. Naast instemmings- en adviesrecht  hebben zij ook initiatief- en amenderingsrecht.
     Faculteiten kennen afzonderlijke organisaties voor onderwijs, onderzoek en personeel met door de decaan aangestelde bestuurders. Binnen deze eenheden zal een nader te bepalen vorm van medezeggenschap worden gerealiseerd.

    Het gele participatieve model
     Raden op centraal en facultair niveau bestaande uit medewerkers en studenten bepalen het beleid. Gekozen dagelijkse bestuurders bereiden het beleid voor en voeren dit uit.
     Binnen faculteiten komt de verantwoordelijkheid voor onderwijs, onderzoek, financiën en personeel te liggen bij decentrale eenheden per vakgebied. Deze worden bestuurd door raden bestaande uit medewerkers en studenten. Zij kiezen een dagelijks bestuur.

    Het groene zelforganiserende model
     Raden op centraal en facultair niveau bestaande uit medewerkers en studenten bepalen het beleid. Gekozen dagelijkse bestuurders bereiden het beleid voor en voeren dit uit.
     Binnen faculteiten komt de verantwoordelijkheid voor onderwijs, onderzoek, financiën en personeel te liggen bij decentrale eenheden per vakgebied. Medewerkers en studenten worden in de gelegenheid gesteld om zelf de organisatie en het bestuur van deze eenheden te ontwerpen.
     Binnen vier jaar wordt over de wenselijkheid van het voortbestaan van de facultaire bestuurslaag besloten op basis van evaluaties.

 

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Artikelen, Files

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s