Categorie archief: Files

Stem Groen

Hieronder is een ingevuld stemformulier te vinden voor het referendum. Het formulier is ons gestuurd door een student die groen stemt, voor een charter en senaat is. Ook is zoveel mogelijk aangegeven waarom er een bepaalde keuze is gemaakt. Wij konden ons vinden in de argumentatie en de stemkeuzes en hebben daarom besloten dit met u te delen als beter uitgewerkt stemadvies.

 

SENAAT

Als eerste willen we graag uw mening over het idee om een ‘senaat nieuwe stijl’ in te stellen.

Indien u meer informatie wilt lezen over dit onderwerp: onder de vraag staat een beschrijving van het doel en de samenstelling van de ‘senaat nieuwe stijl’. Onderaan de pagina vindt u ook de knop “volgende”.

  1. Hoe staat u tegenover de invoering van zo’n ‘senaat nieuwe stijl’?

❍ Zeer negatief

❍ Negatief

❍ Neutraal

❍ Positief

Zeer positief

❍ Weet niet, geen mening

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Een brede senaat geeft de mogelijkheid om eindelijk goed te discussiëren over waar de universiteit voor staat. Ook kan de senaat er voor zorgen dat de kernwaarden van de universiteit gewaarborgd worden als er decentraal en centraal beleid wordt gemaakt.

    Doel en samenstelling van de senaat nieuwe stijl
    De commissie D&D stelt een ‘senaat nieuwe stijl’ voor: Een representatief forum dat waakt over de waarden die ten grondslag liggen aan het beleid en bestuur van de Universiteit van Amsterdam en fungeert als kritisch ‘geweten’. De ‘senaat nieuwe stijl’ adviseert de universitaire gemeenschap en haar bestuur over beleidsvraagstukken op verschillende terreinen die de universiteit als geheel aan gaan.
    Qua samenstelling denkt de commissie dat er in deze ‘senaat nieuwe stijl’ zetels zouden moeten zijn voor vast aangesteld wetenschappelijk personeel (inclusief hoogleraren), tijdelijk wetenschappelijk personeel, studenten, promovendi, de decanen van de faculteiten, collegeleden en medewerkers van de ondersteunende diensten. Het voorbereidend werk gaat via breed samengestelde werkgroepen en open raadpleging van de gemeenschap.
    De ‘senaat nieuwe stijl’ moet voorkomen dat discussies over de toekomst van onderwijs en onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam te veel bepaald wordt door strijd over deelbelangen of de waan van het moment in plaats van argumenten en brede gedachtewisseling en afweging.

CHARTER

De volgende vragen gaan over het idee om een charter vast te stellen met daarin een aantal kernwaarden die ten grondslag liggen aan het bestuur en beleid van de Universiteit van Amsterdam.

We vragen u zo een aantal verschillende kernwaarden te beoordelen die een belangrijke rol kunnen spelen bij het bestuur en beleid van de Universiteit van Amsterdam. Maar eerst zijn we benieuwd hoe u in beginsel staat tegenover het principe van een charter als grondslag voor het beleid en bestuur van de Universiteit van Amsterdam.

Indien u meer informatie wilt lezen over dit onderwerp: onder de vraag staat een toelichting bij de betekenis van een charter voor de Universiteit van Amsterdam. Onderaan de pagina vindt u ook de knop “volgende”.

  1. Hoe staat u in beginsel tegenover het principe van een charter als grondslag voor het beleid en bestuur van de Universiteit van Amsterdam?

❍ Zeer negatief

❍ Negatief

❍ Neutraal

❍ Positief

Zeer positief

❍ Weet niet, geen mening

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Een charter kan ervoor zorgen dat beleid dat decentraal en centraal gemaakt wordt wel bepaalde kernwaarden in ogenschouw neemt, zoals diversiteitbeleid en een verscheidenheid aan academische perspectieven in het curriculum.

    Het belang van het ‘Charter van de Universiteit van Amsterdam’
    Een charter geeft een antwoord op de vraag: ‘Wat ben je voor organisatie, waar staat die organisatie voor en waarom is dat de moeite waard?’ Maar ook: ‘Herken je dat in wat de organisatie doet en herkent de omgeving dat ook?’ Het charter bevat de kernwaarden die aan bestuur en beleid ten grondslag liggen. Door deze waarden vast te leggen verbindt de universiteit er zich expliciet aan en worden deze waarden minder vrijblijvend. Juist in een snel veranderende wereld en de onvermijdelijke spanningen en problemen binnen een organisatie als de UvA is een oriëntatie op kernwaarden belangrijk.

    <Indien het antwoord op vraag 3 is: zeer positief, positief, neutraal of weet niet, geen mening dan naar: KERNWAARDEN A>
    <Indien het antwoord op vraag 3 is: zeer negatief, negatief dan naar KERNWAARDEN B>

KERNWAARDEN A

De volgende vragen gaan over acht kernwaarden die een belangrijke rol kunnen spelen bij het bestuur en beleid van de Universiteit van Amsterdam. Wij willen bij elk van deze uitspraken van u weten of u vindt dat deze in het charter moet worden opgenomen.
<de waarden worden in random volgorde aangeboden>
De verbondenheid tussen universiteit en samenleving

  1. ‘Universitair onderwijs en onderzoek zijn een publieke zaak en tegelijkertijd onlosmakelijk verbonden met kritische distantie en academische vrijheid.’

Vindt u dat deze waarde in het charter van kernwaarden van de UvA moet worden opgenomen?

❍ Zeker niet

❍ Waarschijnlijk niet

❍ Waarschijnlijk wel

Ja, zeker wel

❍ Weet niet, geen mening

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Hoewel er gekeken moet worden naar wat er speelt in de samenleving, moet onderzoek niet volledig beoordeeld worden op het “nut” dat het kan hebben om een product te produceren of probleem op te lossen. Bij onderwijs moet er rekening mee worden gehouden dat een bepaald vakgebied op een later moment zeer belangrijk kan blijken al is dat nu niet direct zichtbaar.

De dynamiek van kennisontwikkeling

  1. ‘Universitair wetenschappelijk onderzoek richt zich op de ontwikkeling en het gebruik van nieuwe wetenschappelijke kennis in (trans)nationale verbanden.’

Vindt u dat deze waarde in het charter van kernwaarden van de UvA moet worden opgenomen?

❍ Zeker niet

❍ Waarschijnlijk niet

❍ Waarschijnlijk wel

❍ Ja, zeker wel

Weet niet, geen mening

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Ik weet niet wat hiermee wordt bedoeld.

    Ontwikkeling van een kritische wetenschappelijke houding

    9. ‘Bevordering van een kritische wetenschappelijke houding en denkwijze is het onderscheidend kenmerk van universitair onderwijs, ongeacht of studenten zich voorbereiden op een carrière in de wetenschapsbeoefening of daarbuiten.’

    Vindt u dat deze waarde in het charter van kernwaarden van de UvA moet worden opgenomen?
    ❍ Zeker niet
    ❍ Waarschijnlijk niet
    ❍ Waarschijnlijk wel
    Ja, zeker wel
    ❍ Weet niet, geen mening

    10. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    De kritisch wetenschappelijke houding, dat wil zeggen het in breder perspectief kunnen plaatsen van bepaalde ontwikkelingen en gebeurtenissen, is iets dat in een steeds complex wordende samenleving zeer belangrijk is. Het gaat niet enkel om het kunnen doen van onderzoek volgens bepaalde vakspecifieke regels, of het leren van vaardigheden die direct in de praktijk kunnen worden ingezet. Een kritische houding en denkwijze dragen bij aan een maatschappij en een vakgebied dat niet dogmatisch blijft hangen in een bepaalde denkwijze, maar waar ruimte is voor ontwikkeling en verschillende perspectieven.

Universitaire gemeenschap

  1. ‘De universiteit is een gemeenschap van wetenschappelijk personeel, ondersteunend personeel en studenten waarin argumenten en onderling respect belangrijker zijn dan formele posities en hiërarchie, die tevens recht doet aan verschillen tussen haar leden in ambities, culturele en intellectuele achtergrond en persoonlijke omstandigheden.’

Vindt u dat deze waarde in het charter van kernwaarden van de UvA moet worden opgenomen?

❍ Zeker niet

❍ Waarschijnlijk niet

❍ Waarschijnlijk wel

Ja, zeker wel

❍ Weet niet, geen mening

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    In een klimaat waar wederzijds respect en samenwerking plaatsvindt, kunnen mensen beter hun werk verrichten of hun studie volgen. Iedereen kan altijd van anderen leren, en een dergelijk klimaat draagt bij aan de ontwikkeling van personen.

    Decentralisering

    13. ‘De universitaire organisatie heeft een zo beperkt mogelijk aantal bestuurlijke niveaus. Taken en bevoegdheden van elk zijn duidelijk onderscheiden ter bevordering van autonomie en eigenaarschap van studenten en medewerkers inzake de eigen werksituatie.’

    Vindt u dat deze waarde in het charter van kernwaarden van de UvA moet worden opgenomen?
    ❍ Zeker niet
    ❍ Waarschijnlijk niet
    ❍ Waarschijnlijk wel
    Ja, zeker wel
    ❍ Weet niet, geen mening

    14. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Iedereen weet zelf het beste hoe zij hun werk of studie kunnen vormgeven, wat voor hen werkt; hoe kennis het beste overgebracht kan worden, hoe administratie zo effectief mogelijk wordt bijgehouden, hoe kennis opgenomen kan worden. Er moet sprake zijn van vertrouwen in de competenties van de medewerkers en studenten, zij zijn immers professionals op hun eigen manier.

Autonomie

  1. ‘Medewerkers worden zo veel mogelijk in staat gesteld om in collegiaal overleg en zelfstandig hun werkzaamheden te organiseren.

Vindt u dat deze waarde in het charter van kernwaarden van de UvA moet worden opgenomen?

❍ Zeker niet

❍ Waarschijnlijk niet

❍ Waarschijnlijk wel

Ja, zeker wel

❍ Weet niet, geen mening

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Academisch personeel is zeer gespecialiseerd en weet zelf heel goed hoe kennis van een bepaald vakgebied het best overgedragen kan worden. Ondersteunend personeel is gespecialiseerd op hun eigen vakgebied en weet daarom zelf hoe hun taken het best uitgevoerd kunnen worden.

    Zeggenschap

    17. ‘De zeggenschap van medewerkers en studenten is erop gericht om samen met het bestuur collectieve en gedeelde ambities en een daarmee samenhangend beleid vast te stellen.’

    Vindt u dat deze waarde in het charter van kernwaarden van de UvA moet worden opgenomen?
    ❍ Zeker niet
    ❍ Waarschijnlijk niet
    ❍ Waarschijnlijk wel
    Ja, zeker wel
    ❍ Weet niet, geen mening

    18. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Aangezien medewerkers en studenten zelf het beste weten hoe zij onderwijs willen geven, krijgen, onderzoek willen doen, of hun taken uit willen voeren, dienen zij ook de mogelijkheid te hebben om beleid vast te stellen. Nu is het vaak zo dat medewerkers en studenten enkel onderhevig zijn aan beleid dat van bovenaf wordt opgelegd en waar zij zelf niet over hebben meebesloten. Zij zijn dus enkel verantwoordelijk voor de uitvoering, terwijl hun expertise veel beter benut kan worden.

Deugdelijk bestuur

  1. ‘Wie bestuurlijke functies op zich neemt, respecteert het karakter van de universiteit en de vrijheid van medewerkers en studenten om met publieke middelen inhoud te geven aan onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening.’

Vindt u dat deze waarde in het charter van kernwaarden van de UvA moet worden opgenomen?

❍ Zeker niet

❍ Waarschijnlijk niet

❍ Waarschijnlijk wel

Ja, zeker wel

❍ Weet niet, geen mening

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Medewerkers en studenten zijn goed in staat zelf hun taken vorm te geven. Hoewel er fouten gemaakt kunnen worden, kan daar ook van worden geleerd als zij zelf beslismacht en verantwoordelijkheid hebben.

 

kernwaarden B wordt overgeslagen

<allen>

  1. Wilt u zelf nog een of meer waarde toevoegen aan de acht uitspraken over kernwaarden in de vorige vragen?
    Ja
    ❍ Nee

    <Indien vorige vraag JA; door naar vraag 38>
    <Indien vorige vraag NEE: door naar vraag 39>

    38. Geef hieronder een korte omschrijving van de waarde(n) die u wilt toevoegen. Als u meer dan één waarde wilt toevoegen, begin dan met de belangrijkste. Kies voor ‘verder’ als u hiermee klaar bent.
    Diversiteit van personeel en studenten moet gewaarborgd worden, want dit draagt bij aan een diverser academisch perspectief.
    Diversiteit van curricula moet gewaarborgd worden, want zo wordt een breder begrip opgebouwd van verschillende ideeën en perspectieven. Zo kan de eerder genoemde kritisch wetenschappelijke blik en houding
    verbeterd worden.

PRINCIPES VOOR DEMOCRATISERING EN DECENTRALISERING

De volgende vragen gaan over principes die ten grondslag liggen aan democratisering en decentralisering van bestuur en organisatie van de Universiteit van Amsterdam. Kies bij elke vraag het principe van uw voorkeur. De gekleurde balletjes verwijzen naar de vier modellen voor bestuur en organisatie die de commissie ontworpen heeft. Elke antwoordmogelijkheid verwijst naar één of meerdere modellen.

Hieronder worden de vier modellen kort beschreven. Klik op ‘volgende’ onderaan de pagina om door te gaan.

Het blauwe model

  • De huidige situatie: Bestuurders nemen besluiten en ondernemings- en studentenraden op universiteits- en op faculteitsniveau hebben een beperkte adviserende en bijsturende rol (advies- en instemmingsrechten).
  • Faculteiten kennen afzonderlijke organisaties voor onderwijs, onderzoek en personeel. Binnen deze decentrale eenheden is geen formele medezeggenschap. Ze worden geleid door bestuurders die door de decaan worden aangesteld.

Het oranje duale model

  • Bestuurders nemen besluiten en ondernemings- en studentraden op universiteits- en op faculteitsniveau hebben een sterke bijsturende rol. Naast instemmings- en adviesrecht hebben zij ook initiatief- en amenderingsrecht.
  • Faculteiten kennen afzonderlijke organisaties voor onderwijs, onderzoek en personeel, met door de decaan aangestelde bestuurders. Binnen deze eenheden zal een nader te bepalen vorm van medezeggenschap worden gerealiseerd.

Het gele participatieve model

  • Raden op centraal en facultair niveau bestaande uit medewerkers en studenten bepalen het beleid. Gekozen dagelijkse bestuurders bereiden het beleid voor en voeren dit uit.
  • Binnen faculteiten komt de verantwoordelijkheid voor onderwijs, onderzoek, financiën en personeel te liggen bij decentrale eenheden per vakgebied. Deze worden bestuurd door raden bestaande uit medewerkers en studenten. Zij kiezen een dagelijks bestuur.

Het groene zelforganiserende zelfsturende model

  • Raden op centraal en facultair niveau bestaande uit medewerkers en studenten bepalen het beleid. Gekozen dagelijkse bestuurders bereiden het beleid voor en voeren dit uit.
  • Binnen faculteiten komt de verantwoordelijkheid voor onderwijs, onderzoek, financiën en personeel te liggen bij decentrale eenheden per vakgebied. Medewerkers en studenten worden in de gelegenheid gesteld om zelf de organisatie en het bestuur van deze eenheden te ontwerpen.
  • Binnen vier jaar wordt over de wenselijkheid van het voortbestaan van de facultaire bestuurslaag besloten op basis van evaluaties.

<De opties bij elk onderwerp worden in een willekeurige wisselende volgorde aangeboden. Dus de vragen zelf niet. De laatste twee opties hieronder blijven altijd op de laatste plaats staan.>

De volgende vragen gaan over zes thema’s:

  1. Het bestuur op centraal niveau
  2. Het bestuur op facultair niveau
  3. Het bestuur op decentraal niveau (dat zijn nu onderwijsinstituten, onderzoeksinstituten en afdelingen)
  4. De organisatie binnen de faculteiten
  5. Openheid van en participatie in het bestuur
  6. Het voortbestaan van de huidige faculteiten

    Wat heeft uw voorkeur als het gaat om het bestuur van de UvA op centraal niveau?

❍ Een college van bestuur, benoemd door de raad van toezicht, is verantwoordelijk voor het beleid. De centrale ondernemingsraad en studentenraad hebben beperkt instemmings- en adviesrecht en kunnen niet besluiten tot nieuw beleid

❍ Een college van bestuur, benoemd door de raad van toezicht, is verantwoordelijk voor het beleid. De centrale ondernemingsraad en centrale studentenraad krijgen meer bevoegdheden en er wordt het recht ingevoerd om besluiten te wijzigen en voorstellen te doen voor nieuw beleid

Een gekozen universiteitsraad bestaande uit medewerkers en studenten bepaalt het beleid van de universiteit. Het college van bestuur van de universiteit legt verantwoording af aan de raad. De raad kiest de leden van het college

❍ Ik heb hierover geen mening

❍ Ik ben tegen elk van de bovenstaande opties

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Medewerkers en studenten weten zelf het best hoe taken uitgevoerd moeten worden, hoe kennis overgedragen kan worden, hoe men het beste studeert of onderzoek kan doen. Het is daarom niet meer dan logisch dat studenten en medewerkers hierover zelf beleid maken, niet een groep managers dat is aangesteld door een onzichtbaar orgaan en die enkel aan dat onzichtbare orgaan verantwoording hoeft af te leggen.
  1. Wat heeft uw voorkeur als het gaat om het bestuur van de UvA op facultair niveau?

❍ Een decaan, benoemd door het college van bestuur, is verantwoordelijk voor het beleid. De ondernemingsraad en de studentenraad hebben beperkt instemmings- en adviesrecht, maar kunnen niet besluiten tot nieuw beleid

❍ Een decaan, benoemd door het college van bestuur, is verantwoordelijk voor het beleid. Iedere faculteit heeft een ondernemingsraad en een studentenraad en deze raden krijgen meer bevoegdheden. Er wordt ook amenderingsrecht ingevoerd, waardoor er voorstellen tot wijzigingen van beleid kunnen worden gedaan

Een faculteitsraad bestaande uit medewerkers en studenten, bepaalt het beleid van de faculteit. Medewerkers en studenten kiezen de leden van de raad. De decaan legt verantwoording af aan de raad, de raad kiest de decaan

❍ Ik heb hierover geen mening

❍ Ik ben tegen elk van de bovenstaande opties

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Medewerkers en studenten weten zelf het best hoe zij willen werken, onderzoeken, onderwijs geven, of studeren. Het is dan ook niet meer dan normaal dat zij toonaangevend zijn in het beleidmakende én beleiduitvoerende proces. Een decaan moet daaraan ondergeschikt zijn en een faciliterende rol aannemen.
  2. Wat heeft uw voorkeur als het gaat om het bestuur op decentraal niveau?

❍ Voorzitters van afdelingen en directeuren van onderwijsinstituten (de huidige colleges en graduate schools) en onderzoeksinstituten worden benoemd door de decaan. Zij kunnen – via de decaan – aangesproken worden door de medezeggenschapsraden van de faculteit. Er is binnen deze instituten en afdelingen geen formele medezeggenschap

❍ Voorzitters van afdelingen en de directeuren van onderwijs- en de onderzoeksinstituten worden benoemd door de decaan. Er wordt voor de afdelingen, onderwijs- en de onderzoeksinstituten een eigen vorm van medezeggenschap in het leven geroepen

❍ Decentrale eenheden zijn op een bepaald vakgebied integraal verantwoordelijk voor onderwijs, onderzoek, personeel en geld. Er is een gekozen bestuursraad bestaande uit medewerkers en studenten. Deze hebben een beleidsvoorbereidende en uitvoerende rol

❍ Medewerkers en studenten worden in de gelegenheid gesteld zelf de organisatie en het bestuur te ontwerpen van de nieuw in te stellen decentrale eenheden die verantwoordelijk zijn voor onderwijs, onderzoek, personeel en geld binnen een bepaald vakgebied

❍ Ik heb hierover geen mening

❍ Ik ben tegen elk van de bovenstaande opties

  1. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Medewerkers en studenten weten zelf het best hoe zij willen studeren, werken en onderzoeken. Door hen de gelegenheid te geven dit zelf vorm te geven, gaat de kwaliteit van hun werk, onderzoek en studie vooruit omdat men zich eigenaar voelt over wat ze doen.

    47. Wat heeft uw voorkeur als het gaat om de organisatie op het decentrale niveau binnen de faculteiten?
    ❍ Faculteiten bestaande uit afzonderlijke afdelingen, colleges, scholen en onderzoeksinstituten
    Faculteiten bestaan uit zelfstandige decentrale eenheden per vakgebied die integraal verantwoordelijk zijn voor onderwijs, onderzoek, geld en personeel
    ❍ Ik heb hierover geen mening.
    ❍ Ik ben tegen elk van de bovenstaande opties.

    48. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Voor elk vakgebied werkt een andere vorm van onderwijs, organisatie en onderzoek. Hoewel er overlap kan bestaan en interdisciplinaire initiatieven de ruimte moeten krijgen, weten medewerkers en studenten zelf het beste waar behoefte aan is. Een centraal opgelegde vorm heeft ook invloed op de inhoud en kan dit schaden op het moment dat de vorm voor een bepaalde discipline niet goed functioneert.

  2. Wat heeft uw voorkeur als het gaat om openheid en participatie in het bestuur en beleid van de UvA?
    ❍ De informatieverstrekking voorafgaand aan en volgend op de besluitvorming in de vergaderingen van de ondernemings- en studentenraden wordt verbeterd
    De representativiteit van raden en medezeggenschapsorganen wordt drastisch bevorderd door meer transparantie en participatiemogelijkheden. Bijvoorbeeld in de vorm van online platforms die discussie stimuleren, discussie- en beslisvergaderingen en themacongressen
    ❍ Ik heb hierover geen mening
    ❍ Ik ben tegen elk van de bovenstaande opties

    50. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Op dit moment zijn bestuurders vaak moeilijk te bereiken en zijn de verantwoordelijkheden en mogelijkheden om te participeren onvoldoende duidelijk. Hierdoor voelt men zich minder betrokken bij het proces en gaat de kwaliteit van beleidvorming achteruit.

    51. Wat heeft uw voorkeur als het gaat om het voortbestaan en de indeling van faculteiten?
    ❍ Behouden van de huidige indeling in faculteiten
    ❍ Evaluatie van nut en noodzaak van handhaving van het facultaire niveau binnen vier jaar
    Ik heb hierover geen mening
    ❍ Ik ben tegen elk van de bovenstaande opties

    52. Als u wilt, kunt u hieronder uw antwoord toelichten.
    Ik weet niet wat dit inhoudt. Dit punt is onvoldoende uitgewerkt.

BESTUURSMODELLEN

De commissie Democratisering en Decentralisering onderscheidt vier bestuurs- en organisatiemodellen. Deze zijn combinaties van principes uit de voorafgaande vragen.

Onder de vraag staan de beschrijvingen van de bestuurs- en organisatiemodellen nogmaals weergegeven. De knop “volgende” staat onderaan de pagina.

  1. We leggen u nu de vier bestuurs- en organisatiemodellen integraal voor. Naar welk model gaat uw voorkeur uit? Klik dit aan. Rangschik de modellen in de volgorde van meeste voorkeur tot minste voorkeur.

De optie waar u het eerst op klikt verschijnt als nummer 1 in de rangorde. Als u een geselecteerde optie aanklikt, verdwijnt deze uit uw rangschikking. U hoeft niet alle opties te rangorden.

❍ Het blauwe model  (4)

❍ Het oranje duale model (3)

Het gele participatieve model (2)

Het groene zelforganiserende model (1)

❍ Ik ben tegen elk van de bovenstaande opties

❍ Ik heb hierover geen mening

  1. Als u dat wilt, kunt u uw oordeel toelichten:
    In overeenstemming met wat ik eerder heb aangegeven, ben ik van mening dat studenten en medewerkers capabel genoeg zijn om zelf te bepalen wat belangrijk is voor het werk, onderzoek of de studie die zij doen. Zij behoren daarom ook de mogelijkheid te hebben de vorm hiervan in overleg met elkaar vast te stellen, omdat de vorm wel degelijk invloed heeft op de inhoud. Men is in staat om weloverwogen besluiten te nemen en als er fouten worden gemaakt deze te herstellen. Dit doen op kleinschalig niveau maakt de betrokkenheid van mensen makkelijker waardoor het beleid beter is afgestemd op de daadwerkelijke belangen en behoeften van de betrokkenen, daarnaast maakt het het maken van fouten minder ernstig, omdat dit vaak op tijd bijgesteld kan worden en geen enorme reorganisatie vereist.

    Vier bestuurs- en organisatiemodellen
    Het blauwe model
     De huidige situatie: Bestuurders nemen besluiten en ondernemings- en studentenraden op universiteits- en op faculteitsniveau hebben een beperkte adviserende en bijsturende rol (advies- en instemmingsrechten).
     Faculteiten kennen afzonderlijke organisaties voor onderwijs, onderzoek en personeel. Binnen deze decentrale eenheden is geen formele medezeggenschap. Ze worden geleid door bestuurders die door de decaan worden aangesteld.

    Het oranje duale model
     Bestuurders nemen besluiten en ondernemings- en studentraden op universiteits- en op faculteitsniveau hebben een sterke bijsturende rol. Naast instemmings- en adviesrecht  hebben zij ook initiatief- en amenderingsrecht.
     Faculteiten kennen afzonderlijke organisaties voor onderwijs, onderzoek en personeel met door de decaan aangestelde bestuurders. Binnen deze eenheden zal een nader te bepalen vorm van medezeggenschap worden gerealiseerd.

    Het gele participatieve model
     Raden op centraal en facultair niveau bestaande uit medewerkers en studenten bepalen het beleid. Gekozen dagelijkse bestuurders bereiden het beleid voor en voeren dit uit.
     Binnen faculteiten komt de verantwoordelijkheid voor onderwijs, onderzoek, financiën en personeel te liggen bij decentrale eenheden per vakgebied. Deze worden bestuurd door raden bestaande uit medewerkers en studenten. Zij kiezen een dagelijks bestuur.

    Het groene zelforganiserende model
     Raden op centraal en facultair niveau bestaande uit medewerkers en studenten bepalen het beleid. Gekozen dagelijkse bestuurders bereiden het beleid voor en voeren dit uit.
     Binnen faculteiten komt de verantwoordelijkheid voor onderwijs, onderzoek, financiën en personeel te liggen bij decentrale eenheden per vakgebied. Medewerkers en studenten worden in de gelegenheid gesteld om zelf de organisatie en het bestuur van deze eenheden te ontwerpen.
     Binnen vier jaar wordt over de wenselijkheid van het voortbestaan van de facultaire bestuurslaag besloten op basis van evaluaties.

 

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Artikelen, Files

Joint Statement HR & DNU Diversity Committee

DIVERSITEIT IS EEN WERKWOORD

Wij zijn blij met het rapport van de commissie diversiteit en bedankt de commissie voor haar inzet.

Het is van belang voor zowel de universiteit als de samenleving als geheel om een diverse academische gemeenschap te hebben met mensen van verschillende culturele en socio-economische achtergronden, religies, genders, huidskleuren, seksuele voorkeuren, leeftijden, met of zonder beperking en andere kenmerken die hun positie in de maatschappij vormen. Al tijdens de maagdenhuisbezetting werd dit door onder andere het aldaar opgerichte University of Colour herhaaldelijk aangekaart. Zowel toen als nu zijn mensen onterecht sceptisch. Op de UvA is er nog tè vaak het idee ‘wat je niet ziet, bestaat niet.’ In het rapport dat vandaag is gepubliceerd wordt echter pijnlijk duidelijk dat er aan de UvA nog veel moet gebeuren om een diverse academische gemeenschap te creëren.  Wij denken dat de commissie hier op een cruciale manier aan heeft bijgedragen.

Wij willen benadrukken dat het nu belangrijk is om door te pakken en de bevindingen en aanbevelingen van de commissie in de praktijk toe te passen. Het is niet langer mogelijk om te ontkennen dat er (ook) aan de UvA een probleem is, en de discussie hierover mag niet langer gekaapt worden.  In de afgelopen maanden was een dergelijke kaap te zien in de vorm van een ontplofte discussie over een uit het verband gerukt idee van een quota. Een dergelijk narratief stagneert vooruitgang en maakt wederom minder geprivilegieerde groepen monddood ter behoeve van bevoorrechte personen.

Wij willen alle faculteiten en studies van de UvA oproepen kritisch naar hun curriculum te kijken en ook daar de nodige wijzigingen in en toevoegingen op te maken. De UvA is in de eerste plaats een ruimte waarin kennis wordt vergaard en het is van essentieel belang dat deze niet al vanaf begin af aan beperkt is tot het perspectief van de dominante groep. Meer diversiteit, in zowel populatie als curriculum is een verrijking die de gehele academische gemeenschap vooruit helpt. De academie streeft naar het vergroten van kennis door een diversiteit in perspectieven: dit behelst perspectieven van vrouwen, van mensen met een andere culturele achtergrond, maar ook vanuit verschillende ideologische achtergronden.

Verder kunnen en moeten bottom-up initiatieven, met de aanbevelingen in het achterhoofd, een grote rol spelen. Juist in deze context is decentraal beleid van belang, zodat iedereen betrokken wordt en kan aangeven waar behoefte aan is.

Wij zijn blij dat het CvB de noodzaak ziet van een voortvarend diversiteitsbeleid en dat het bestuur erkent dat er op dit gebied in het verleden niet voldoende vooruitgang is geboekt. Vanuit deze gedachte juichen wij dan ook het aanstellen van een diversity officer van harte toe. Echter willen wij ook een kritische kanttekening maken. Immers, als dit probleem zo evident is als het CvB aangeeft, hoe kan het dan dat deze commissie überhaupt nodig was? Het CvB bekritiseerde bij de presentatie van het rapport een media circus waar zij zelf, in Room for Discussion, aan hebben meegedaan ondanks dat zij beter wisten. Wij zijn er niet gerust op dat dit rapport niet gecoöpteerd zal worden door een bestuurslaag die enkel de politiek correcte aanbevelingen wenst uit te voeren. Er is meer nodig dan dat, zoals het aanstellen van een diversity unit.

Wij hopen dat veranderingen al op korte termijn zichtbaar zijn, en dat de UvA actief aan het werk gaat om zichzelf te vormen tot een inclusieve en diverse gemeenschap. Wij zullen ons hier in ieder geval met alle mogelijke middelen voor inzetten

De Nieuwe Universiteit
Humanities Rally

******************************************************************

LET’S DO DIVERSITY

We are happy with the report of the diversity committee and thanks the committee for their work.

It is of great importance for both the university and society as a whole to have a diverse academic environment, including people with different cultural and socio-economic backgrounds, religions, genders, skin colours, sexual preferences, ages, (dis-)abilities, and other characteristics that shape their position in society. During the occupation of the Maagdenhuis this was repeatedly emphasised, for example by the University of Colour, which was established there. Both then and now people have been unfairly sceptic. At UvA, the idea ‘what you don’t see doesn’t exist’ is too broadly accepted. In the report that was published Wednesday it becomes painfully obvious that a lot still needs to happen at the UvA in order to create a diverse academic community. We think the committee has aided this in a crucial way.

We want to emphasise that it is now important to press ahead and implement the findings and recommendations of the committee in practise. It is no longer possible to deny that there is (also) a problem at the UvA, and the discussion may no longer be hijacked. In the past few months a hijack like that happened in the shape of an explosive discussion about an idea of a quota which was completely pulled out of context. A narrative such as that stagnates progress and once again silences less privileged groups for the benefit of privileged people.

We call for all faculties and studies at the UvA to look at their own curriculum in a critical way and to make the necessary changes and additions. The UvA is in the first place a space in which knowledge is accumulated and it is of vital importance that this is not limited from the very start by the perspective of the dominant group. More diversity, in both population as curriculum, is an enrichment that helps the entire academic community forward. The academy strives to expand knowledge by a diversity of perspectives: this embodies the perspectives of women, of people with different cultural backgrounds, but also different ideological backgrounds.

Moreover, bottom-up initiatives can and must, with the recommendations in mind, play a large part. Especially in this context decentral policy is important, in order to make sure everyone is involved and able to indicate what is needed.

We are glad that the board sees the need for a resolutely implemented diversity policy and that the board acknowledges that in this area not enough progress has been made in the past. With this in mind we applaud the coming appointment of a diversity officer. However, we would like to make a critical side note. After all, if this problem is as evident as the board suggests, then how come we needed a committee to point it out? During the presentation of the report the board criticised the media circus which the board itself added to in Room for Discussion, even though they knew better. We are not convinced that this report will not be co-opted by a management that is only willing to implement the politically correct recommendations. More is needed, like the establishment of a diversity unit.

We hope that change will be visible on short term, and that the UvA will actually start working and changing itself into an inclusive and diverse community. We will use all means necessary to make sure this will happen.

The New University

Humanities Rally

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Files, Geen categorie

PERSRICHT: Wie houdt er toezicht op de Raad van Toezicht?

Amsterdam, 9 april 2016

[English follows Dutch]

WIE HOUDT ER TOEZICHT OP DE RAAD VAN TOEZICHT?

Vorig jaar behaalden de UvA-studenten en staf enkele belangrijke overwinningen: we dwongen het ontslag van de voorzitter van het CvB af en we vestigden drie commissies voor financiën, democratisering en diversiteit. Deze triomf blijkt nu echter te groot te zijn geweest voor de hoeders van de status quo -de professionele managers en het schemerige netwerk van zakenlui en de politici waaraan zij beantwoorden. Sinds de vorige lente hebben deze bestuurders hard gewerkt achter gesloten deuren en geprobeerd de democratische vernieuwing aan de UvA te dwarsbomen: ze probeerden de commissies te doen ontsporen en negeerden de roep van de gemeenschap om de nominatieprocedure voor nieuwe CvB-leden opener te maken.

 

Desondanks bleef de narrige incompetentie van onze oligarchische ‘leiders’ zich voordoen: er volgde een tweede CvB-ontslag, Atzo Nicolaï ging zijn boekje als RvT-voorzitter te buiten, en de CvB-wervingsprocedure werd geschaad door verwarring en lekken, ondanks de dure uitbesteding aan corporate headhunter Egon Zehnder. Als gevolg hiervan zal het nieuwe CvB geteisterd worden door de intransparantie van de procedure: zonder een voorafgaande uitwisseling met de academische gemeenschap zal de steun van studenten en personeel flinterdun blijven. De RvT en de hoogste managers verschuilen ZCH achter de façade van democratische verantwoording, maar ze zijn een zelf-referentieel en zelf-bedienende elite die zich niet bekommeren om de behoeftes van de academische gemeenschap.

 

Binnen de RvT en het CvB is volop sprake van draaideurpolitiek. Zo is Atzo Nicolaï directeur bij DSM en zit hij in het bestuur van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Met andere woorden: hij komt uit het bedrijfsleven, is lobbyist voor het bedrijfsleven, en moet toezicht houden op beleid dat hij zelf mede heeft bepaald. En hier is nog een voorbeeld van uw draaideurpolitiek. Louise Gunning was voorzitter van de Raad van Commissarissen bij DSM, vervolgens werd Nicolaï daar directeur. Gunning werd voorzitter van het CvB op de UvA, en Nicolaï werd op zijn beurt weer voorzitter van de RvT aldaar: wat een feest van herkenning!

Het old boys network bekommert zich niet om het onderscheid tussen de publiek sector dat democratisch van karakter is en de  private sector dat gekenmerkt wordt door een nauw winstoogmerk. Nicolaï werd gerekruteerd door de exorbitant dure headhunter Egon Zehnder, die hij op zijn beurt  weer heeft ingeschakeld om op zoek te gaan naar nieuwe leden voor het CvB dat afgelopen jaar een flinke aderlating onderging. Dan is er nog Marleen Barth. Zij is op dit moment naast haar lidmaatschap voor de RvT ook voorzitter van de PvdA-fractie in de Eerste Kamer. Ze heeft daarmee duidelijke een gedeeld politiek belang met minister Bussemaker en oud-collegelid Louise Gunning (beide PvdA-ers).

Verder is er Rinse de Jong die bestuurder is van de Koninklijke BAM Groep, een internationale bouwgroep voor woning- en utiliteitsbouw. Toevalligerwijs is BAM ook de uitvoerder die de opdracht heeft gekregen om de nieuwe campussen van de UvA te bouwen. En zo zijn er nog talloze voorbeelden. Ons laatste voorbeeld is Lidwin van Velden, niet alleen is zij lid van de Raad van Toezicht, maar ze bekleedt ook een positie in een ministeriele commissies die verantwoordelijk is voor het controleren van de jaarrekening van OCW.

De andere functies die de leden van de Raad van Toezicht bekleden raken zeer nauw aan de letter van de wet, maar zijn duidelijk in strijd met de geest van de wet: “De samenstelling, taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad een deugdelijk en onafhankelijk toezicht kan uitoefenen. De leden van de raad van toezicht hebben geen directe belangen bij de universiteit. De leden van de raad zijn niet tevens werkzaam bij een ministerie dan wel lid van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal.” (Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Artikel 9,7, lid 4)

 

De universitaire gemeenschap is het zat, net zoals de honderdduizenden mensen die afgelopen week demonstreerden in Brussel en Parijs en daar publieke ruimtes bezetten. Het afgelopen jaar ontruimden de managers ons gewelddadig uit het Maagdenhuis nadat we overeen kwamen het gebouw de volgende dag vreedzaam te verlaten. Nochtans bleven we geloven in het hervormingsproces dat we afspraken met de managers. Nu raakt ons geduld op. De manier waarop de RvT de benoeming van het CvB heeft afgehandeld is symptomatisch voor hun ziekelijke passie voor de status quo: deze oligarchen hebben ons vertrouwen ernstig geschaad en proberen nu onbekommerd terug te keren naar de alledaagse gang van zaken. Dit kunnen wij niet laten gebeuren. Desondanks is het niet ons doel om te moraliseren over de Raad van Toezicht. Dit is een politieke kwestie. Dus hier is een laatste zoenoffer: we hebben de voorzitter van de Raad van Toezicht, Atzo Nicolai, aangeschreven met de vraag of hij en zijn  collega’s zo vriendelijk willen zijn ons voor te stellen aan de nieuwe CvB-leden tijdens een publieke bijeenkomst op het Spui om 16.30 op 11 april. Wij wachten met enthousiasme op hun komst.

Wees erbij deze maandag, het is tijd om onze overwinningen te claimen.

 

Humanities Rally & De Nieuwe Universiteit

***

WHO SUPERVISES THE SUPERVISORY BOARD?

Last year the UvA’s students and faculty won big: we forced the resignation of the President of the Executive Board (CvB), and we established the three committees on finance, democratisation and diversity. Now it seems this victory was too big for the guardians of the status quo–the professional managers and the murky network of businesspeople and politicos they answer to. Since last spring these people have been working behind closed doors to scupper the democratic renewal of the UvA: they tried to derail the committees, and ignored the community’s calls to significantly open up the nomination procedure for new CvB members.

Still, the fractious incompetence of our oligarchic ‘leaders’ surfaced again: another CvB resignation, increasing overreach by Supervisory Board (RvT) President Atzo Nicolaï, and a CvB recruitment procedure marred by confusion and leaks despite its costly subcontracting to corporate headhunters Egon Zehnder. As a result the new CvB will be tainted by the procedure’s intransparency: without a prior interaction with the academic community support by students and staff will be thin at best. The RvT and the top managers hide behind the fig leaf of democratic accountability, but they are a self-referential and self-serving elite with no concern for the needs of academia. For instance,

For example, Atzo Nicolai is the chair at DSM and is also on the board of the corporate advocacy group VNO-NCW. In other words, his background is in business, he is a lobbyist for business and at the same time supervises policy that he helped create himself. And here is another example of the Supervisory Board’s revolving door politics. Louise Gunning was the chairwoman of the Board of Directors of Dutch multinational DSM. Surprisingly, the next director of DSM was Atzo Nicolai. Gunning became the chair of the Executive Board of the UvA and lo and behold the chair of the UvA’s Supervisory Board’s chair is Atzo Nicolai. What a coincidence!

The old boys network is willfully blind to the differences between private profiteering and democratically accountable public institutions: Nicolai was recruited through the exorbitantly pricy corporate headhunting firm Egon Zehnder, whom he promptly landed the lucrative contract for recruiting new members for the Executive Board which can’t seem to stop haemorrhaging members. Next up, Marleen Barth. Apart from her position on the Supervisory Board, she also chairs the Dutch Labour Party (PvdA) in the Dutch Senate (1e Kamer). She clearly has strong shared political interests with Minister of Education Jet Bussemaker and former UvA president Louise Gunning (both Labour Party notables).

And then there is Rinse de Jong who is an executive at the Royal Dutch BAM Group, a major European construction-services business. It just so happens BAM is also the contractor hired to build the new campuses for the University of Amsterdam. And there are many more examples like this one. Our final offering is Lidwin van Velden who is a member of the Supervisory Board but was also on a committee responsible for developing policy and supervising the annual accounts for the Ministry of Education.

The ancillary functions of the other Supervisory Board members barely operate within the letter of the law and most certainly not within the spirit of it: “The composition, tasks and prerogatives of the Supervisory Board are such that the board can exert influence independently and judiciously. The members of the Supervisory Board have no direct interests in the university. The members of the Board must not concurrently be employed by a Ministry nor be members of either House of Parliament.” (Law on Higher Education and Scientific Research article 9.7, paragraph 4)

 

The university community is tired of this–just like the millions of people currently marching and occupying public spaces in Paris, Brussels, and beyond. Last year the managers violently evicted us from the Maagdenhuis after we’d agreed to leave peacefully the next day. Still we placed our faith in the reform process we’d agreed with the managers. Now our patience is running out. The RvT’s handling of the CvB nomination is just a symptom of a status quo disease: these oligarchs abused our trust and are now trying to get back to business as usual. We cannot allow that. Still, we are not interested in just moralising about the Supervisory Board. This is politics. So here is one last peace offering: we have written to Supervisory Board chairman Atzo Nikolai to invite him and his fellow board members to introduce the new Executive Board members to the university community in a public meeting at 16.30 on Spui Square on April 11th. We await them eagerly.

 

Come join us this Monday. It is time to reclaim our victories.

 

Humanities Rally & De Nieuwe Universiteit

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Files

Open brief aan de RvT

Geachte leden van de Raad van Toezicht, beste Atzo,

Nu de storm die opstak na het lekken van de namen van de kandidaten voor het College van Bestuur (CvB) van de UvA weer enigszins is gaan liggen, willen wij aandacht vragen voor het volgende. Wij hebben ernstige bedenkingen, niet alleen bij uw rol in de benoemingsprocedure, maar ook bij uw positie in het algemeen. Wat gebleken is uit het hele circus rondom het lekken en het aftreden van Hans Amman – iets waar u wat al te vroom mee bent omgegaan – is de volstrekt ongeoorloofde inmenging van uw raad in het bepalen van universitair beleid. Ten eerste is dit slecht voor de geloofwaardigheid van het nieuwe CvB (die gezien het door u geforceerde gebrek aan inspraak al niet groot was), ten tweede gaat u duidelijk uw boekje te buiten door de gangbare beleidsprocedures te omzeilen, en ten derde duidt het hele voorval op de onhoudbaarheid van de waanzinnige, uit het bedrijfsleven geleende constructie waarvan uw raad deel uitmaakt. Laat ons één en ander verhelderen.

Te beginnen met die constructie, en hoe die bol staat van schijnbaar nepotisme en belangenverstrengeling. Ten eerste bent u verwikkeld in een politiek machtsspel op zowel lokaal als landelijk niveau. Ten tweede zijn er duidelijke belangenverstrengelingen zichtbaar tussen verschillende leden van de Raad van Toezicht (RvT) en hun (voormalige) andere banen. Zo is Atzo Nicolaï zelf projectleider politieke uitgangspunten bij het ministerie van OCW geweest en heeft dus actief vormgegeven aan het Nederlandse onderwijsbeleid, waar hij dan nu op zou moeten toezien. Verder is hij directeur bij DSM en zit hij in het bestuur van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Met andere woorden: hij komt uit het bedrijfsleven, is lobbyist voor het bedrijfsleven, en moet toezicht houden op beleid dat hij zelf mede heeft bepaald. Daarnaast was Louise Gunning voorzitter van de Raad van Commissarissen bij DSM, vervolgens werd Nicolaï daar directeur, Gunning werd voorzitter van het CvB op de UvA, en Nicolaï op zijn beurt weer voorzitter van de RvT aldaar: wat een feest van herkenning! Net zoals Nicolaï aan zijn banen komt door headhunter Egon Zehnder, die hij dan weer inschakelt om het leeggelopen CvB op te vullen. Dan is er nog Marleen Barth. Zij is op dit moment naast haar lidmaatschap voor de RvT ook voorzitter van de PvdA-fractie in de Eerste Kamer. Ze heeft daarmee duidelijke banden met minister Bussemaker en oudcollegelid Louise Gunning (beide PvdA-ers), om maar te zwijgen van politieke belangen. Verder is er Rinse de Jong die bestuurder is van de Stichting Aandelenbeheer BAM Groep. Toevalligerwijs is BAM de uitvoerder van de bouw van de nieuwe campussen van de UvA. Ten slotte Lidwin van Velden: zij is op dit moment lid van het Audit Committee van het ministerie van OCW. Voor je denkt: ach, daar zijn vast meer mensen lid van: ja, maar slechts een handvol. Zij is één van ongeveer vijf mensen die advies geven aan de minister over de bedrijfsvoering en verantwoording. Dat wil zeggen, onder andere het controleren van de jaarrekening.

Kort samengevat: alle leden van de RvT komen uit het zogenoemde old boys network, niet toevallig kennen zij elkaar allemaal en zijn nauw verbonden aan het bedrijfsleven en de politiek. De andere functies die de leden van de Raad van Toezicht bekleden raken zeer nauw aan de letter van de wet: “De samenstelling, taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad een deugdelijk en onafhankelijk toezicht kan uitoefenen. De leden van de raad van toezicht hebben geen directe belangen bij de universiteit. De leden van de raad zijn niet tevens werkzaam bij een ministerie dan wel lid van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal.” Het moge duidelijk zijn dat uw gehele raad op gespannen voet verkeert met deze stipulatie. In het bedrijfsleven mag het misschien gewoon zijn dat toezichthouders en bestuurders van één organisatie ook nauw verbonden zijn met andere organisaties en beleidsmakers die baat hebben bij bepaalde contracten en beleidsmatige bepalingen, maar dat lijkt ons in het geheel niet wenselijk voor een semipublieke instelling als de universiteit.

Nou vonden we dit al langer, maar we zien ons gesterkt in onze overtuiging en genoodzaakt hierover de alarmbel te luiden door de onbeschaamdheid waarmee uw raad zich heeft opgesteld in de benoemingsprocedure van nieuwe CvB-leden, de manier waarop u steeds de invloed van de medezeggenschap heeft geneutraliseerd, en niet te vergeten het feit dat u er niet voor terugdeinst bestuurders weg te sturen die kritisch zijn over de UvA-HvAsamenwerking. Wij eisen daarom het volgende: (1) dat u onverwijld opheldering verschaft over uw conflict met Hans Amman, waarbij we specifiek van Atzo Nicolaï antwoord willen op de vraag of hij denkt hiermee Jet Bussemaker, die gedeeltelijk de fusie heeft verwezenlijkt als rector van de HvA en daarom voorstander is van de fusie, gepaaid te hebben en zodoende zijn herbenoeming heeft veiliggesteld. Daarmee samenhangend willen we weten of er gekozen is voor CvB-leden die er dezelfde opvatting over de fusie op na houden als uzelf; (2) dat u onmiddellijk luistert naar de stem van de rede en van het grootste deel van de academische gemeenschap en begint met de ontvlechting van UvA en HvA; (3) dat u niet langer de medezeggenschap muilkorft en de uitkomsten van de onderzoekscommissies tegenwerkt, maar ruim baan geeft aan het proces van democratisering en decentralisatie.

Wij verwachten op korte termijn de alhier verzochte opheldering. Ook willen wij erop wijzen dat de RvT naar ons inzicht al een groot legitimiteitsprobleem heeft als station in de banencarrousel van een old boys network dat evenzo makkelijk functies verdeelt in de politiek en het bedrijfsleven, en waar dus permanent een geur van belangenverstrengeling aan kleeft. De huidige toestand rond het CvB trekt de geloofwaardigheid van de RvT nog verder naar beneden. Een inadequate reactie op de hier gestelde eisen en verzoeken moet wat ons betreft daarom leiden tot het onmiddellijke aftreden van de RvT, alsmede een grondige herziening van de bestaande verantwoordingsstructuur, d.w.z. afschaffing van de RvT als bestuurlijk gremium. Tot slot: wij deinzen er niet voor terug actie te voeren ter versterking van onze punten, mocht dit nodig zijn.

In afwachting van een snel antwoord,

Humanities Rally en de Nieuwe Universiteit

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Files, Updates

Procedure benoeming nieuwe decaan

De procedure voor de benoeming van een nieuwe decaan op de FGw doet volgens ons niet genoeg recht aan de roep op democratie, transparantie en betrokkenheid van de facultaire gemeenschap die we het afgelopen anderhalf jaar duidelijk hebben laten horen. Op dit moment zal er enkel een presentatie komen van de decaan, na benoeming. Dit doet op geen enkele manier recht aan datgene waar wij voor staan.

 

In de mail die door de benoemingsadviescommissie naar alle docenten en studenten is gestuurd staat dat tijdens het facultair beraad ook de procedure besproken zal worden. Dit is de laatste kans om als facultaire gemeenschap te laten horen dat we het anders willen. Daarom roepen wij jullie op allemaal te mailen naar fsr-fgw@uva.nl (een voorbeeldmail kun je vinden via onderstaande link).

Daarnaast zou het ontzettend goed zijn als jullie ook op maandag 7 maart om 16:00 naar het Facultair Beraad komen om daar je mening te laten horen. Dit zal plaatsvinden op de Oudemanhuispoort zaal A008.

Concept brief NL

 

The procedure concerning the selection of the new dean at the humanities faculty does no justice to the call for democracy, transparency and involvement of the faculty community that we’ve heard in the last year and a half. The procedure only contains a presentation of the dean after he or she has been appointed. This does no justice in any way to what we stand for.
In the e-mail send by the selection committee to all students and staff mentions the procedure will also be discussed during the Facultair Beraad. This is our last chance to tell them we want to change the procedure. Therefore, we call upon you to e-mail fsr-fgw@uva.nl (you can find a concept e-mail in the link below).

Besides that, it would be much appreciated if you could attend the Facultair Beraad at March 7th to voice your opinion. This will take place at the Oudemanhuispoort room A008.

Concept letter en

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Files, Updates

Een Nieuwe Lente, een Nieuw Geluid | Actie Dies Natalis UvA

Vanmiddag viert de UvA feest. De Universiteit van Amsterdam viert wel vaker feest; soms met afscheidsfeestjes voor ondemocratisch verkozen voorzitters à €10.000, en nu met een duur verjaardagsdiner in het Krasnapolsky. In tijden van bezuinigingen vinden veel van de genodigde hoogleraren die hun onderwijs langzaam doodbezuinigd zien worden dit soort uitgaven erg pijnlijk. Nadat bleek dat ze, na het aangeboden te hebben, niet eens de mogelijkheid hebben zelf te betalen heeft een groep, waaronder de Centrale Studentenraad en Centrale Ondernemingsraad, het diner geboycot. Ook dit jaar vindt dit verjaardagsdiner plaats in besloten kringen. Gelukkig is voor de plechtigheid in de Lutherse kerk wel iedereen uitgenodigd. Op andere gebieden is er helaas veel minder sprake van inclusiviteit. Bij de benoemingsprocedure van de nieuwe rector is zowel de centrale studentenraad als de centrale ondernemingsraad niet betrokken. Om van de gehele academische gemeenschap nog maar te zwijgen.

Het thema van de 384ste verjaardag van de Universiteit van Amsterdam is “Academische Lente”. Op deze dag zal Rector Dymph van den Boom spreken over Open Science en over hoe toegang tot- en transparantie van- onderzoek de verhouding tussen maatschappij en wetenschap zullen veranderen. Bij een pleidooi voor transparantie, open access, open peer review en open methodologie hoort volgens ons ook het zelf toepassen van deze principes, en bij een nieuwe lente hoort een nieuw geluid. Bij een Diesviering voor een Universiteit die na een jaar protest van studenten en docenten te onderdrukken nog steeds niet de transparantie beoefent die zij voorstaat, hoort echter in de eerste plaats rouw.

Een nieuw geluid ontbreekt volledig bij de benoemingsprocedure van de nieuwe leden voor het College van Bestuur. De stem van de protesten was duidelijk: klaar met de achterkamertjes, het old-boys-network, de corporate universiteit; op naar openheid en democratie. Al vrij snel na de ontruiming van het Maagdenhuis bleek echter dat de niet democratisch verkozen Raad van Toezicht niet bereid was te luisteren naar de roep van docenten en studenten om meer transparantie, democratie en betrokkenheid . Sterker nog; er werd intimiderend omgegaan met CSR-leden en quasi-inschikkelijk werd toegegeven aan een, voor de Raad van Toezicht geheel consequentieloze, ‘betrekking van de medezeggenschap’. De medezeggenschap heeft zelfs voor dit vrij magere resultaat een harde strijd moeten voeren, terwijl de ondernemingsraad en studentenraad juist de organen zijn die structureel moeten samenwerken met de nieuwe collegeleden, niet de Raad van Toezicht.

In de praktijk blijkt dat de betrokkenheid van de medezeggenschap bestaat uit adviezen waar niet naar geluisterd hoeft te worden en twee zetels in de sollicitatiecommissies, waarbij de medezeggenschap zwaar in de minderheid is in vergelijking met leden van de Raad van Toezicht. Daarnaast krijgen de Centrale Studentenraad en Centrale Ondernemingsraad slechts 48 uur om het draagvlak van de uiteindelijke kandidaten te onderzoeken en een beslissing te nemen. Bovendien is er strikte geheimhoudingsplicht over wie de kandidaten, door een headhuntersbedrijf op de longlist gezet, zijn: de kandidaten blijven anoniem. Het geeft weinig hoop op een nieuwe wind aan de UvA als een voorzitter en een rector voor hun aanstelling al niet de verantwoordelijkheid willen nemen met de academische gemeenschap in gesprek te gaan. Dit past niet bij een universiteit, en al helemaal niet bij de Universiteit van Amsterdam, waar men na de onrust van vorig jaar beweert democratie en openheid zo hoog in het vaandel te hebben staan.

Er was een uitstekende kans voor vernieuwing: Na de protesten is er een commissie ingesteld die onderzoek zou doen naar mogelijke vormen van democratisering aan de UvA. Deze commissie had bij uitstek iets kunnen zeggen over de benoemingsprocedure van de nieuwe rector magnificus en van de nieuwe voorzitter van het college van bestuur. Zoals de procedure nu verloopt wordt de commisise Democratisering en Decentralisering volledig buiten spel gezet in deze procedure.

Het gewenste nieuwe geluid hebben we van de UvA dus nog niet gehoord. Daarom herhalen ook wij een oude boodschap: er valt hier niets te vieren. Vorig jaar viel er tijdens de Dies niets te vieren omdat er fors bezuinigd werd zonder inspraak van de academische gemeenschap. Dit jaar kampt de universiteit wederom met grootscheepse bezuinigingen.
Bovendien valt er niets te vieren omdat na alle moeite die actiegroepen en medezeggenschap gedaan hebben, transparantie en democratie nog steeds slechts woorden zijn voor openingsredes, die niet toegepast worden. Voorgaand jaar zei Van Den Boom “competente rebellen” te willen opleiden, maar vervolgens stuurde het College de ME op de academische gemeenschap af toen daar daadwerkelijk sprake van leek te zijn. Dit jaar roept ze op tot open access zonder zelf transparant te handelen.

Daarom rouwen wij op deze geboortedag. We dragen de universiteit ter aarde, wegens gebrek aan democratie en transparantie gestorven. Alleen mensen die niet geven om niet-verlengde contracten, de ontslagen die nog steeds vallen, de verdwijnende studies, de verhoogde werkdruk en het gebrek aan democratie op de UvA kunnen vandaag feest vieren. Voor studenten en medewerkers ligt dit anders. We condoleren iedereen die vandaag de Lutherse Kerk naar binnen gaat. We betuigen ons oprechte medeleven met iedereen die denkt iets te kunnen vieren.

Zie ook:
UvA berichtgeving over de Academische Lente, de muzikale aap en Dymph

Benoemingsprocedure UvA onwaardig: over de benoemingsperiode, geschreven door academici van de UvA

Over de problemen aan de UvA en de noodzaak tot actie (ouder artikel)

Contact met Humanities Rally

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Files, Updates

Concept bezuinigingen 2016-2018

Een klein vogeltje heeft ons het concept bezuinigingsplan voor 2016-2018 bezorgd. Tipje van de sluier: het is geen goed nieuws.

Omdat het document niet is opgesteld met het oog op lezersgemak en aangezien wij vermoeden dat de managerstermen niet bij iedereen bekend zijn hebben wij het bestand voor jullie samengevat en geduid. Dat kan je hier lezen:

Humanities Rally Samenvatting bezuinigings- en investeringsplan 2016-2018

 

Heb je wel behoefte aan het oorspronkelijke document? Dat kan je hier lezen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Files

Schematische weergave organisatiemodel UvA

De UvA heeft veel verschillende bestuurslagen met verschillende onderlinge relaties. Als houvast en om kritiek begrijpelijker te maken hebben wij onderstaand schema gemaakt.

Organisatie model UvA schematisch weergegeven, colleges, faculteiten, departementen, CvB

Als PDF: HR factsheet organisatie

In english: HR-organisational-structure-UvA

Andere factsheets: https://humanitiesrally.com/documenten/

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Files

Brief aan de CSR over de benoemingsprocedure

Met dit document willen wij, Humanities Rally, De Nieuwe Universiteit en de University of Colour, ons standpunt ten opzichte van de benoemingsprocedure zoals nu vastgesteld articuleren. Wij willen graag de Centrale Studentenraad ondersteunen in de onderhandelingen met de Raad van Toezicht en onze visie op het sollicitatieprofiel delen.

Ten eerste is het voor ons belangrijk dat de commissie Democratisering en Decentralisering haar werk niet voor niets doet. Dat betekent concreet dat wij willen zien dat de nieuwe bestuurders zich gebonden weten aan de uitkomsten van deze commissie, wat die uitkomsten ook mogen zijn. De RvT lijkt zich op dit moment niet gebonden te voelen aan de uitkomsten van de Democratisering en Decentraliseringcommissie, maar het College van Bestuur als bestuursorgaan heeft zich eraan gecommitteerd. Het is daarom niet meer dan logisch dat nieuwe leden dit ook doen. De RvT mag niet door een gehaaste procedure voorbijgaan aan de democratische afspraken die er zijn gemaakt. Mocht de RvT dit wel willen proberen, is weerstand gerechtvaardigd.

Ten tweede is het voor ons – in het kader van democratie op de universiteit – noodzaak dat de leden van de sollicitatiecommissie die door de medezeggenschap worden voorgedragen een gelijke stem hebben in het goedkeuren of afkeuren van een bepaalde kandidaat. Hoewel dit reeds logisch volgt uit de toezegging van de RvT dat alle medezeggenschapsorganen leden aandragen voor de sollicitatiecommissie, willen wij dit expliciet vastgelegd hebben vóór de start van de procedure.

Ten derde willen wij in het kader van transparantie dat het advies dat de medezeggenschap geeft over de kandidaat openbaar wordt en dat de kandidaat zich voor de benoeming zal presenteren aan de academische gemeenschap. Hoewel wij begrijpen dat het voor sollicitanten mogelijk moeilijk is te solliciteren wanneer alles meteen openbaar is, is het voor ons belangrijk om te zien dat een sollicitant bereid is verantwoordelijkheid te nemen tegenover de academische gemeenschap waarmee gewerkt moet worden als hij of zij plaatsneemt in het CvB. Het is voor ons belangrijk dat dit punt tot onderdeel van het sollicitatieprofiel wordt gemaakt.

De CSR heeft goed werk geleverd in het democratiseren van de benoemingsprocedure. Toch zijn wij van mening dat er meer tijd nodig is voor het grondig en effectief consulteren van de academische gemeenschap. De RvT heeft de gehele verantwoordelijkheid voor het betrekken van de academische gemeenschap bij het tot stand komen van het sollicitatieprofiel op de CSR afgewenteld; om deze mogelijkheid tot democratie goed te benutten, moet de CSR hier meer tijd voor krijgen. Want één consultatiemoment, noch onder tijdsdruk functionerende focusgroepen, mogen niet door de RvT aangegrepen om zichzelf een schijn van democratische legitimiteit te bezorgen. Het lijkt ons van groot belang het profiel en de procedure zo democratisch mogelijk vorm te geven opdat het geheel in lijn is met de democratische eisen die afgelopen jaar door de academische gemeenschap zijn geformuleerd.

Tenslotte zijn wij van mening dat de RvT als zodanig het democratische proces ondermijnt.
Want waarom zou een niet-verkozen orgaan als de RvT, die zelf zo goed als niet betrokken is bij de dagelijkse gang van zaken op de universiteit, een grotere stem mogen hebben bij zoiets wezenlijks als de benoeming van nieuwe bestuurders, dan de medezeggenschapsraden die direct voortkomen uit de academische gemeenschap? De medezeggenschapsraden daarentegen zijn democratisch verkozen en staan voor openbaarheid, transparantie en inspraak. Zij zouden precies daarom een grotere stem moeten hebben in de benoemingsprocedure. Mocht de RvT voorbijgaan aan de legitieme eisen van de CSR, zullen wij de CSR altijd steunen in de strijd voor democratie.

Humanities Rally
De Nieuwe Universiteit
University of Colour

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Files

Reactie op de Conceptkaderbrief 2016

Het CvB is ertoe overgegaan lippendienst te bewijzen aan transparantie en democratie: de Kaderbrief 2016 (waarin de financiële kaders voor het beleid van komend jaar uiteen worden gezet en toegelicht) is online geplaatst zodat alle studenten en docenten hierop suggesties kunnen leveren. Door dit echter in de zomervakantie te doen en studenten de Kaderbrief niet per mail te sturen, kunnen de beleidsmakers ervan uitgaan dat ze met weinig inspraak rekening zullen moeten houden. Humanities Rally, De Nieuwe Universiteit, Rethink UvA en University of Colour hebben de Kaderbrief geanalyseerd en stellen vast dat de trend van de afgelopen jaren, ondanks al het verzet van de afgelopen periode, wordt voortgezet: er wordt doorgegaan met bezuinigen, het primaat van Onderwijs en Onderzoek staat nog altijd onder druk vanwege vastgoedavonturen en het beleid blijft gericht op het verhogen van studierendement in plaats van kwaliteit.

Bezuinigingen

De verdeling van financiële middelen wordt nog steeds uitgevoerd op basis van kwantitatieve output, waarvan de indicatoren de aantallen eerstejaars inschrijvingen, diploma’s (nominaal+1), studiepunten en promoties zijn. Door eerdere bezuinigingen op de FGw is het aantal promoties gedaald. Hierdoor slinken de budgetten verder, zodat verdere bezuinigingen als noodzakelijke oplossing worden gepresenteerd (Kaderbrief p. 28). Hiermee wordt op den duur een neerwaartse spiraal ingezet die het potentieel verwoestende effect van deze vorm van financiering aantoont. Op de FGw is het resultaat een structurele bezuiniging (verbloemd als “ombuiging”) van 8,1 miljoen euro. Het is dan ook te verwachten dat Onderwijs en Onderzoek het komende jaar zullen lijden.

De negatieve effecten van financiering op basis van volatiele factoren als aantallen eerstejaars-inschrijvingen en behaalde studiepunten en diploma’s lijken tegelijkertijd welbekend te zijn aan de beleidsmakers, want het AMC, de ACTA en AUC krijgen hun financiële middelen op historische basis (Kaderbrief p. 7). De mogelijk positieve effecten van de outputfinanciering (meer geld in tijden van hogere output) worden teniet gedaan doordat de faculteiten hun geld niet mogen opsparen in anticipatie op potentieel dalende studentenaantallen. Een op z’n minst gedeeltelijke verdeling op historische basis voor alle faculteiten is mogelijk en wenselijk.

Daarnaast is ook niet duidelijk op basis van welke berekening de bezuinigingen van 8,1 miljoen op de FGw noodzakelijk zouden zijn. Berekend op basis van de gegeven sleutel in de Kaderbrief en de verwachte cijfers voor 2016 is er op onderwijs slechts een tekort van ongeveer 2 miljoen, wat niet in de buurt komt van de als ‘structurele noodzaak’ gepresenteerde 8,1 miljoen. De Kaderbrief schiet hopeloos tekort wanneer bezuinigingen niet met heldere cijfers onderbouwd kunnen worden. Dezelfde onduidelijkheid geldt voor de bezuinigingen op de FdR. Wat is de noodzaak daarvan? In de Kaderbrief wordt in tabel 8 op pagina 18 namelijk enkel een stijging voorspeld van de genoemde financieringsindicatoren en wordt er geen tekort aangegeven. Volgens de logica van het allocatiemodel zou dit juist tot een verhoging, niet een reductie van middelen moeten leiden.

Waar de beleidsmakers kennelijk hun hand niet omdraaien om miljoenenbezuinigingen door te voeren op Onderwijs en Onderzoek, kunnen besparingen op de overhead alleen met een “aanmerkelijke inspanning” en ook alleen ergens in de komende jaren gerealiseerd worden (Kaderbrief p. 31). Waarom deze besparingen voornamelijk op Facultair en niet op Centraal niveau uitgevoerd moeten worden is volledig onduidelijk, en waarom de door de besparingen vrijgekomen middelen worden ingezet voor andere indirecte kosten in plaats van Onderwijs en Onderzoek is eveneens raadselachtig.

Onduidelijkheden

De Kaderbrief is een poging tot het verschaffen van meer helderheid. Toch blijven veel dingen onduidelijk. Zo is bijvoorbeeld in het Jaarverslag 2014 de volgende opmerking te lezen: “uit recente herberekening blijkt dat er meer middelen nodig zijn om de volledige Binnenstadscampus te realiseren dan in de oorspronkelijke planvorming was bedacht.” Maar hoeveel meer wordt niet toegelicht.? En waarom staat dit niet in de Kaderbrief? Wat zijn de gevolgen van deze noodzaak tot ‘meer middelen dan gepland’? Verder streeft de meerjarenbegroting er tot 2019 naar de faculteiten een nulresultaat te laten realiseren. Vastgoed blijft echter dramatische verliezen draaien: van ca. -20 000 tot ca. -12 000 (Kaderbrief p. 11). Waarom geldt hier een andere eis? Waarom is het strikt noodzakelijk dat de faculteiten een nulresultaat behalen (desnoods d.m.v. bezuinigingen), terwijl Vastgoed hiervan gevrijwaard is en wat is het gevolg hiervan?

Vaak wordt de begroting zo onnauwkeurig opgesteld dat er in werkelijkheid meer geld beschikbaar is dan geraamd (Kaderbrief p. 13). In 2014 is er bijvoorbeeld duidelijk meer geld overgebleven (tabel 3, p. 11 Kaderbrief). Waren in het licht van onnauwkeurig begrotingswerk de bezuinigingen op de FGw en FdR überhaupt wel noodzakelijk?

In de Kaderbrief staat het volgende te lezen: “De UvA geeft meer middelen uit dan zij binnenkrijgt en deed daar al een (voor) investering mee in de gevraagde doelen. Faculteiten zal als onderdeel van de begroting 2016 gevraagd worden concreet aan te geven welke uitgaven daar reeds plaatsvonden of nu extra worden gedaan die te relateren zijn aan de gevraagde voorinvestering” (Kaderbrief p. 28). Uit deze passage kan worden opgemaakt dat de UvA geen inzicht heeft in hoe de voorinvesteringen zijn gedaan, of dat ze überhaupt zijn gedaan, terwijl op pagina 12 staat dat er voor de UvA reeds voorzien was in verbeteringen op dit gebied door verhoging van het aantal contacturen in het eerste bachelorjaar en door uitvoering van de maatregelen studiesucces, waaronder de investeringen in UvA Matching en UvA Q (UvA Matching wordt hier opgevoerd als investering in onderwijskwaliteit). Hoe is het mogelijk dat de UvA investeert met geld dat er niet is?  En als dat  vervolgens t toch gedaan wordt, niet weet waar dat geld heen is gegaan?

Genoemde voorinvesteringen worden gedaan vooruitlopend op de financiële middelen die vanaf 2018 zullen vrijkomen in verband met de invoering van het leenstelsel (verbloemd als “studievoorschot”). Hieromtrent bestaat veel onduidelijkheid in de Kaderbrief. Zo staat er dat er 6.2 miljoen structureel ten goede komt aan het onderwijsbudget vanaf 2018, maar in de factsheet waarnaar verwezen wordt staat dat er gemiddeld 17 miljoen vrijkomt per universiteit. Hoe wordt de gigantische discrepantie tussen deze twee bedragen verantwoord? Volgens de kaderbrief zou er bovendien 4 miljoen beschikbaar zijn voor de voorinvesteringen, op basis van het jaarverslag 2014 (p.148) staan echter cijfers die dit tegenspreken. Waaruit wordt deze extra voorinvestering dan gedaan? Waarom wordt de 6.2 miljoen die verwacht wordt per 2018 verwerkt in de begroting, terwijl in de Risicoparagraaf (Kaderbrief p. 15) staat dat er onzekerheid is over de mate waarin de middelen voor het studievoorschot ook daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden? Wat voor effect hebben de voorinvesteringen op de daadwerkelijke uitkering van het studievoorschot? Worden de voorinvesteringen terugbetaald vanuit de middelen voor het studievoorschot? Zo niet, waaruit wordt het dan betaald?

De Kaderbrief verklaart zowel de kosten als de baten aan de faculteiten over te dragen, d.w.z. de faculteiten krijgen middelen toebedeeld en hebben de verantwoordelijkheid voor alle kosten, zodat wetenschappers zelf zouden kunnen bepalen welke middelen waarvoor worden ingezet (Kaderbrief p. 11). Deze schijnbare autonomie wordt echter vanuit centraal niveau ondermijnd doordat de kosten worden verhoogd maar de baten gelijk blijven. Het bestuur berekent aan de faculteiten een verhoging van de huurprijs per vierkante meter door van 3,5% per jaar tot 2019, die bovenop de inflatie komt.  Door tegelijkertijd de tarieven onderwijs over de jaren heen gelijk te houden, wordt er hier geen rekening gehouden met de inflatie (Kaderbrief p. 18). Dit zou een effect zijn van het streven van de UvA om stabiele prijzen in het allocatiemodel te hebben, zodat faculteiten weten waar ze in de toekomst op kunnen rekenen (Kaderbrief p. 12). In werkelijkheid is dit echter een bezuinigingsmaatregel, omdat de inflatiecorrectie wel wordt toegepast op de huurprijs en daarbovenop de huurprijs stijgt terwijl de tarieven, dus de baten, voor de faculteiten gelijk blijven (Kaderbrief p. 31). In plaats van dat de autonomie van de faculteiten gegarandeerd is, wordt hen dus in feite middels de volledig ongecompenseerde huurverhoging geld afgetroggeld dat terugvloeit naar het centrale niveau – geld dat bestemd is voor Onderwijs en Onderzoek en waarover de faculteiten vrije beschikking zouden moeten hebben.

Door de huurprijzen drastisch te verhogen gedraagt het CvB zich feitelijk als een soort huisjesmelker. De motivering van de huurverhoging ligt vermoedelijk in de solvabiliteitseis van de Onderwijsinspectie, die bij 30% ligt. De opmerking in de Kaderbrief dat “met financiers” een solvabiliteit van 15% is afgesproken, is in het licht van de door de Onderwijsinspectie verhoogde eis moeilijk te plaatsen. Dat bij aanvang van het Huisvestingsplan een solvabiliteit van 20% als voldoende werd ingeschat om eventuele risico’s op te vangen is nu juist de crux (Kaderbrief p. 13). Want hoe wordt de solvabiliteit in stand gehouden? Gezien de middelen die nodig zijn voor de realisering van de megalomane vastgoedprojecten waarin de UvA zich heeft gestort, moet ook het eigen vermogen vergroot worden. Bezuinigingsmaatregelen zoals huurverhoging dragen daartoe bij, maar verloochenen het primaat van Onderwijs en Onderzoek.

De Kaderbrief verzuimt te vermelden waar het geld vandaan komt voor de compensatie via het budget voor de UB (Kaderbrief p. 32) en maakt überhaupt geen gewag van de activiteiten van de UvA Holding, die alle bezweringen van het CvB ten spijt wel degelijk invloed hebben op de financiële situatie van de UvA.  Ook wordt uit de Kaderbrief niet duidelijk wat precies het ‘Treasurybedrijf’ is en waarom de waarde daarvan gestaag daalt (Kaderbrief Tabel 3, p. 11; tabel 5 p. 14). Volgens de Kaderbrief zelf moet deze daling het gevolg zijn van een daling van uitbetaalde rente door het Vastgoedbedrijf en/of een verhoging van de te betalen rente over leningen (Kaderbrief p. 35).  Wat precies veroorzaakt deze daling? Waar zijn de cijfers die dit inzichtelijk maken? Ten slotte is onduidelijk of en waar De Kleine Letterengelden, zoals omschreven in het Convenant ter consolidatie van kleine letteren (1992) verwerkt zijn. Zoals in het Convenant staat, is dit een rijksbijdrage, maar in tabel 11 op pagina 19 van de Kaderbrief, staat onder de rijksbijdrage echter geen geld t.b.v. de kleine letteren. Wel staat er onder beleidsbudgetten onderwijs een bedrag van 2.976. Dit bedrag wordt omschreven als “het budget dat FGw op basis van het UvA beleid ontvangt voor het in stand houden van de kleine letteren” (pagina 18). Waar zijn de kleine letteren gelden die als rijksbijdrage geleverd behoren te worden door de overheid conform het Convenant?

Aangezien studenten en docenten zijn opgeroepen vragen te stellen suggesties te doen, verwachten wij dat de vragen die in deze brief zijn verwoord naar tevredenheid beantwoord zullen worden en stellen wij concreet voor in de kosten van Bureau Communicatie te snijden, vooral met betrekking tot woordvoerders. Wij willen onze bestuurders capabel genoeg achten om één van hun primaire taken, namelijk het communiceren van hun beleid aan de academische gemeenschap, zelf op zich te nemen.

Wij – de academisch gemeenschap – zullen ons op alle mogelijke manieren blijven inspannen de kwaliteit van ons Onderwijs en Onderzoek te waarborgen en te behoeden voor destructieve bezuinigingsmaatregelen.

Humanities Rally

De Nieuwe Universiteit

Rethink UvA

University of Colour

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Files, Updates