Een Nieuwe Lente, een Nieuw Geluid | Actie Dies Natalis UvA

Vanmiddag viert de UvA feest. De Universiteit van Amsterdam viert wel vaker feest; soms met afscheidsfeestjes voor ondemocratisch verkozen voorzitters à €10.000, en nu met een duur verjaardagsdiner in het Krasnapolsky. In tijden van bezuinigingen vinden veel van de genodigde hoogleraren die hun onderwijs langzaam doodbezuinigd zien worden dit soort uitgaven erg pijnlijk. Nadat bleek dat ze, na het aangeboden te hebben, niet eens de mogelijkheid hebben zelf te betalen heeft een groep, waaronder de Centrale Studentenraad en Centrale Ondernemingsraad, het diner geboycot. Ook dit jaar vindt dit verjaardagsdiner plaats in besloten kringen. Gelukkig is voor de plechtigheid in de Lutherse kerk wel iedereen uitgenodigd. Op andere gebieden is er helaas veel minder sprake van inclusiviteit. Bij de benoemingsprocedure van de nieuwe rector is zowel de centrale studentenraad als de centrale ondernemingsraad niet betrokken. Om van de gehele academische gemeenschap nog maar te zwijgen.

Het thema van de 384ste verjaardag van de Universiteit van Amsterdam is “Academische Lente”. Op deze dag zal Rector Dymph van den Boom spreken over Open Science en over hoe toegang tot- en transparantie van- onderzoek de verhouding tussen maatschappij en wetenschap zullen veranderen. Bij een pleidooi voor transparantie, open access, open peer review en open methodologie hoort volgens ons ook het zelf toepassen van deze principes, en bij een nieuwe lente hoort een nieuw geluid. Bij een Diesviering voor een Universiteit die na een jaar protest van studenten en docenten te onderdrukken nog steeds niet de transparantie beoefent die zij voorstaat, hoort echter in de eerste plaats rouw.

Een nieuw geluid ontbreekt volledig bij de benoemingsprocedure van de nieuwe leden voor het College van Bestuur. De stem van de protesten was duidelijk: klaar met de achterkamertjes, het old-boys-network, de corporate universiteit; op naar openheid en democratie. Al vrij snel na de ontruiming van het Maagdenhuis bleek echter dat de niet democratisch verkozen Raad van Toezicht niet bereid was te luisteren naar de roep van docenten en studenten om meer transparantie, democratie en betrokkenheid . Sterker nog; er werd intimiderend omgegaan met CSR-leden en quasi-inschikkelijk werd toegegeven aan een, voor de Raad van Toezicht geheel consequentieloze, ‘betrekking van de medezeggenschap’. De medezeggenschap heeft zelfs voor dit vrij magere resultaat een harde strijd moeten voeren, terwijl de ondernemingsraad en studentenraad juist de organen zijn die structureel moeten samenwerken met de nieuwe collegeleden, niet de Raad van Toezicht.

In de praktijk blijkt dat de betrokkenheid van de medezeggenschap bestaat uit adviezen waar niet naar geluisterd hoeft te worden en twee zetels in de sollicitatiecommissies, waarbij de medezeggenschap zwaar in de minderheid is in vergelijking met leden van de Raad van Toezicht. Daarnaast krijgen de Centrale Studentenraad en Centrale Ondernemingsraad slechts 48 uur om het draagvlak van de uiteindelijke kandidaten te onderzoeken en een beslissing te nemen. Bovendien is er strikte geheimhoudingsplicht over wie de kandidaten, door een headhuntersbedrijf op de longlist gezet, zijn: de kandidaten blijven anoniem. Het geeft weinig hoop op een nieuwe wind aan de UvA als een voorzitter en een rector voor hun aanstelling al niet de verantwoordelijkheid willen nemen met de academische gemeenschap in gesprek te gaan. Dit past niet bij een universiteit, en al helemaal niet bij de Universiteit van Amsterdam, waar men na de onrust van vorig jaar beweert democratie en openheid zo hoog in het vaandel te hebben staan.

Er was een uitstekende kans voor vernieuwing: Na de protesten is er een commissie ingesteld die onderzoek zou doen naar mogelijke vormen van democratisering aan de UvA. Deze commissie had bij uitstek iets kunnen zeggen over de benoemingsprocedure van de nieuwe rector magnificus en van de nieuwe voorzitter van het college van bestuur. Zoals de procedure nu verloopt wordt de commisise Democratisering en Decentralisering volledig buiten spel gezet in deze procedure.

Het gewenste nieuwe geluid hebben we van de UvA dus nog niet gehoord. Daarom herhalen ook wij een oude boodschap: er valt hier niets te vieren. Vorig jaar viel er tijdens de Dies niets te vieren omdat er fors bezuinigd werd zonder inspraak van de academische gemeenschap. Dit jaar kampt de universiteit wederom met grootscheepse bezuinigingen.
Bovendien valt er niets te vieren omdat na alle moeite die actiegroepen en medezeggenschap gedaan hebben, transparantie en democratie nog steeds slechts woorden zijn voor openingsredes, die niet toegepast worden. Voorgaand jaar zei Van Den Boom “competente rebellen” te willen opleiden, maar vervolgens stuurde het College de ME op de academische gemeenschap af toen daar daadwerkelijk sprake van leek te zijn. Dit jaar roept ze op tot open access zonder zelf transparant te handelen.

Daarom rouwen wij op deze geboortedag. We dragen de universiteit ter aarde, wegens gebrek aan democratie en transparantie gestorven. Alleen mensen die niet geven om niet-verlengde contracten, de ontslagen die nog steeds vallen, de verdwijnende studies, de verhoogde werkdruk en het gebrek aan democratie op de UvA kunnen vandaag feest vieren. Voor studenten en medewerkers ligt dit anders. We condoleren iedereen die vandaag de Lutherse Kerk naar binnen gaat. We betuigen ons oprechte medeleven met iedereen die denkt iets te kunnen vieren.

Zie ook:
UvA berichtgeving over de Academische Lente, de muzikale aap en Dymph

Benoemingsprocedure UvA onwaardig: over de benoemingsperiode, geschreven door academici van de UvA

Over de problemen aan de UvA en de noodzaak tot actie (ouder artikel)

Contact met Humanities Rally

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Files, Updates

Brief van commissie democratisering en decentralisering

Via de contactgroep kregen wij onderstaande brief toegestuurd.

Download als pdf

Beste leden van de contactcommissie,

Bijna vier weken geleden is de commissie Democratisering en Decentralisering geïnstalleerd. Een mooi moment voor een update over de stand van zaken en de plannen voor de komende weken.

Wat is er gedaan?

Een paar dagen na onze installatie zijn wij voor het eerst in bijna voltallige samenstelling bijeen gekomen. We spraken met elkaar over praktische zaken, zoals welke faciliteiten we nodig hebben en hoe we willen communiceren met elkaar en met de academische gemeenschap. Met een commissie van acht personen en nog geen secretariële ondersteuning, zijn goede afspraken daarover essentieel.

Maar natuurlijk hebben we ook gesproken over hoe we het werkplan gaan uitvoeren en kwam de inhoud aan bod. Met levendige discussies over hoe we zelf kijken naar het hoger onderwijs, de wettelijke (on)mogelijkheden, de knelpunten op verschillende faculteiten aan de UvA en mogelijke oplossingen. Tijdens de bijeenkomsten bleek dat de commissie op veel punten op één lijn zit. De samenwerking tijdens en buiten de vergaderingen is buitengewoon goed te noemen.

 

Al tijdens de presentatie op 18 november gaven wij aan zo snel mogelijk echt aan de slag te willen gaan. Dus dat hebben wij vervolgens ook gedaan. Leden van de commissie gingen bij diverse faculteiten op bezoek om te praten met belanghebbenden en medezeggenschapsorganen. Er is contact geweest met de medezeggenschapsraad van de HvA en met de commissie Personeel. En er is flink wat informatie verzameld zodat de commissieleden zich goed konden inlezen. We hebben ons geen moment verveeld.

Daarnaast zijn we natuurlijk druk geweest met het opstellen van een begroting. Op moment van schrijven werken we aan de laatste correcties voordat we het stuk naar het College van Bestuur sturen. We gaan in die begroting primair uit van wat er nodig is om het werkplan uit te voeren. Dit werkplan is immers goedgekeurd door de precommissie en is onze leidraad gedurende het proces. Desalniettemin is het bedrag dat nodig is voor een commissie met acht leden, ondersteuning en met een forse opdracht behoorlijk. Wij gaan ons best doen om onder de bedragen die zijn begroot te blijven.

Subcommissie Diversiteit
De precommissie is in het laatste stadium van samenstelling van de subcommissie Diversiteit. De beoogd voorzitter van de subcommissie is tevens lid van de Commissie D&D, waardoor de brugfunctie tussen de beide commissies is gegarandeerd. Het sollicitatieproces heeft wat vertraging opgelopen, maar wordt naar verwacht aan het eind van de eerste week van januari 2016 afgerond. Wel is de subcommissie Diversiteit ook alvast aan de slag gegaan met een begroting zodat de commissie zo snel mogelijk na instelling aan de slag kan.

Terugtreden Loe Sprengers
Er is ook minder goed nieuws te melden: een paar dagen geleden liet Loe Sprengers ons weten zich terug te trekken als lid van de commissie. Loe Sprengers heeft voor hij lid werd van de commissie aangegeven dat zijn kantoor regelmatig werknemers en medezeggenschapsorganen van de UvA bijstaat. Daarover is afstemming gezocht met het College van Bestuur en is afgesproken dat hij zelf niet zou optreden als advocaat voor een werknemer of voor een medezeggenschapsraad van de UvA gedurende de tijd dat de commissie D&D aan het werk was. Dit leek beide partijen een goede werkwijze. Kort nadat de commissie werd benoemd werd vervolgens het kantoor van Loe Sprengers benaderd met een vraag van de Ondernemingsraad van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde. In lijn met de gemaakte afspraken zou een collega deze Ondernemingsraad bijstaan. Het bestuur van de faculteit liet echter weten dit onwenselijk te vinden gezien Loe’s betrokkenheid bij de commissiewerkzaamheden. Omdat Loe Sprengers wil voorkomen dat zijn positie, of die van zijn kantoor langs deze weg ter discussie wordt gesteld, heeft hij besloten zich terug te trekken. De overige commissieleden betreuren dit, maar vinden het een afweging die alleen Loe zelf kan maken. Wij hopen dat hij in een later stadium de commissie kan adviseren waar het gaat om specifieke juridisch-bestuurlijke kwesties. Op die manier kan zijn expertise dan toch worden ingezet.

Komende weken
Met de kerstvakantie voor de deur beseffen wij dat een aantal gebouwen van de UvA tijdelijk dicht is. Maar wij hebben genoeg te doen de komende tijd. Prioriteit ligt bij het laten vaststellen van de begroting, het regelen van secretariële ondersteuning en de organisatie van bijeenkomsten in januari. Ook het maken van een website en een goed communicatiebeleid en het regelen van werkplekken zijn zaken die wij de komende weken op orde gaan maken.

Zoals jullie kunnen lezen zijn we dus al bezig met een heel aantal zaken en zullen we op korte termijn ook zorgen dat we beter vindbaar zijn. Natuurlijk zijn we nu ook al bereikbaar voor input, opmerkingen en vragen via telefoon, mail of in persoon.

Rest mij te zeggen dat deze update uiteraard doorgestuurd mag worden naar alle relevante organen en personen die belangstelling hebben. Helaas hebben wij nog geen secretariële ondersteuning en zijn we daardoor nog niet begonnen met het verzamelen van mailadressen. Maar misschien dat jullie ons kunnen helpen om geïnteresseerden te bereiken.

 

Met vriendelijke groet,

Lisa Westerveld

Voorzitter commissie Democratisering en Decentralisering

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Updates

Reactie op flexstuderen | UoC, Rethink, DNU en HR

Met enige verbijstering hebben de actiegroepen vandaag kennis genomen van het “flexstudeer”-plan dat door het opmerkelijke gezelschap Stefan Wirken (voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond), Dymph van den Boom (interim-collegevoorzitter van UvA en HvA), Pieter Duisenberg (VVD-Kamerlid en fervent tegenstander van de Maagdenhuisbezetting) en Mohamed Mohandis (PvdA-Kamerlid) is aangedragen. Het voorstel zou tegemoetkomen aan de voortdurende onvrede over rendementsdenken op de universiteit die dit jaar tot uitbarsting is gekomen, maar doet juist het tegenovergestelde. Het idee is om studenten te laten betalen per gevolgd vak. Het plan is bedoeld voor studenten die naast hun studie werken, een gezin willen onderhouden, of een bestuursjaar willen doen. Kortom, studenten die hun studie over een langere periode willen spreiden. Deze studenten moeten op dit moment hetzelfde betalen als een voltijdstudent, terwijl zij geen tijd hebben om al die vakken in hetzelfde tempo te volgen. Hierdoor studeren zij meestal één of twee jaar langer en kost hun studie uiteindelijk meer geld. Tot zover dus een sympathiek plan. Als blueprint voor het “studeren van de toekomst”, zoals Duisenberg en Dymph het graag zien, is het “flexstuderen” echter faliekant een stap in de verkeerde richting: die van de universiteit als supermarkt.

Bij dit plan ligt vooral een grote nadruk op studenten die zich naast hun studie willen ontplooien en daar ruimte voor moeten krijgen. Het is echter een specifieke vorm van ontplooiing waar op wordt ingezet: een ontplooiing binnen een bestuursjaar bij je studentenvereniging of het lopen van een stage. Een ontplooiing waarbij het enkel gaat om de student als ondernemer, aangewezen op haar “eigen verantwoordelijkheid” als zij, bijvoorbeeld door ziekte, een vak een keer niet haalt: de student mag daar dan zelf voor betalen. Wat als er iets misgaat in de studieplanning, als door omstandigheden de student vakken niet haalt en over moet doen? Word je er dan extra voor gestraft? Het plan komt voort uit jaren van bezuinigingen onder het mom van ‘de langstudeerder kost ons klauwen met geld’ – een stelling die overigens nooit is bewezen.

Dit plan kan verregaande gevolgen hebben voor de manier waarop vakken worden aangeboden. Het is namelijk niet alleen zo dat de student per vak gaat betalen, faculteiten en opleidingen zullen ook meer gefinancierd gaan worden aan de hand van aantallen gevolgde vakken. Dit blijkt uit het volgende citaat van de bedenkers van dit plan uit de Volkskrant van 14 december jl: “Daarom willen wij dat het op studentenaantallen gebaseerde deel van de financiering niet langer wordt berekend op basis van een volledig studiejaar, maar per vak dat de student volgt.” En hoe duidelijker individuele vakken verantwoordelijk zijn voor bepaalde inkomsten, hoe sterker de prikkel om populaire vakken aan te bieden en hoe groter de druk op vakken die weinig studenten trekken. Daarnaast kan dit plan zorgen voor minder behaalde studiepunten per student: elke student die volgens dit plan studeert heeft direct de prikkel om alleen die vakken te volgen waarvan hij of zij zeker is dat het haalbaar is. Wat dat met “dromen” te maken heeft is ons onduidelijk. Inspirerend is het in ieder geval niet. Het valt te verwachten dat als gevolg hiervan juist de vakken die niet direct “rendabel” of “carrierebevorderend” zijn maar toch maatschappelijk cruciaal, niet genoeg studenten zullen trekken en daardoor makkelijker afgeschaft worden. Dit vermindert drastisch de specialisatie- en keuzemogelijkheden van studenten. De universiteit hoort geen bedrijf te zijn dat winst maakt, het is een onderwijsinstelling die mensen opleidt kritisch na te denken. Daar horen ook vakken bij over bijvoorbeeld dekolonisatie, gender, en zeer specifieke vakken over bijvoorbeeld Middeleeuwse geschiedenis of Philosophy of Mind.

Een andere consequentie is dat de administratieve last van de universiteit groter wordt. Als de student per vak betaalt, moet per vak beoordeeld worden of iemand toegang heeft gekregen tot dat vak, vóórdat er geld gevraagd kan worden. Hier gaat veel tijd in zitten en tijd kost nou eenmaal geld. Wij pleiten er juist voor dat er bezuinigd wordt op overheadkosten – kosten die worden betaald met geld dat bedoeld is voor onderwijs en onderzoek. Dit plan toont hoe slecht Den Haag heeft geluisterd naar de geluiden die afgelopen jaar door docenten en studenten naar voren zijn gebracht.

Wij zien bovendien een groot gevaar in dit plan op het moment dat het ingevoerd zou worden. Het nieuwe plan wordt namelijk niet alleen gepresenteerd als manier om studeren goedkoper te maken, maar wordt ook gebracht als toekomstvisie voor de financiering van het hoger onderwijs . Dit plan zou – als het over de hele universiteit werd ingevoerd – een manier zijn om onderwijs financierbaar te houden zonder dat de overheid de eerste geldstroom zou moeten verhogen. Het is niet de eerste keer dat een plan dat naar voren wordt gebracht als oplossing voor problemen bij studenten, eigenlijk een verkapte bezuinigingsmaatregel is. Dit zagen we al bij de prestatieafspraken: die werden gepresenteerd als maatregel om de onderwijskwaliteit te verhogen, maar pakten uit als maatregel om studenten sneller door hun studie te jagen en er zo voor te zorgen dat de overheid minder lang per student hoeft te financieren. Daarom moet er nu nagedacht worden over de consequenties van deze manier van financieren voor alle studenten. Deze manier van financieren claimt namelijk studenten meer ruimte te geven voor hun eigen keuzes, maar voor veel studenten zal zij juist ontplooiing en de eigen regie over de studie beperken: Gepassioneerde studenten die zo geïnteresseerd zijn in hun vakgebied dat zij meer vakken willen volgen dan het minimum nodig voor het behalen van een diploma, worden afgestraft bij in een systeem waar per punt wordt betaald en moeten meer gaan betalen. Studenten die twee studies willen doen omdat zij zich op meerdere gebieden willen ontplooien moeten dubbel betalen terwijl zij nu – als zij twee studies tegelijkertijd doen – slechts één keer collegegeld hoeven te betalen. Studenten die niet zeker weten of ze een extra vak willen volgen zullen eerder geneigd zijn deze verdieping of verbreding te laten schieten door deze nieuwe financiële prikkel; en als je een vak eenmaal hebt gekozen maar er achter komt dat je het toch liever wil laten vallen is dat een ook een keuze die financiële gevolgen draagt. Op deze manier wordt intellectuele nieuwsgierigheid ontmoedigd.

Van alle kanten wordt het studenten reeds moeilijk gemaakt de opleiding te doen die zij willen: het leenstelsel – een plan dat door de VVD en PvdA zelf is ingevoerd – maakt het voor veel (aankomend) studenten onbetaalbaar, het moeten betalen van institutiegeld na de afronding van de eerste studie zorgt voor een enorme druk om meerdere studies tegelijkertijd te doen, en het instellen van selectieve masters maakt dat je maar beter alleen het verplicht noodzakelijke kunt doen zodat je minder risico loopt minder goede cijfers te halen. Dit nieuwste plan is daar nog een schepje boven op, want waarom zouden studenten in dit geval méér willen doen dan strikt noodzakelijk is? Het plan is volgens Wirken een reactie op het leenstelsel dat de mogelijkheden van studenten beperkt. Inderdaad, het leenstelsel is een groot probleem. De oplossing is echter niet het opstellen van een plan dat de mogelijkheden van studenten nog verder inperkt. Hoewel de “gewone” optie nog steeds blijft bestaan, stelt de invoering van dit plan de studenten voor een moeilijke keuze: minder schulden of meer verdieping? Want als je jezelf binnen het onderwijs verder wil ontplooien door meer vakken te volgen of een extra studie te doen, zit je automatisch met een hogere studieschuld.

Daarnaast verdwijnt een belangrijk aspect van studeren: het sociale aspect. Als iedereen een eigen programma op eigen snelheid volgt verdwijnen de sociale aspecten van studeren, waarbij studenten samen studeren, elkaar helpen als de een het lastig heeft doordat bijvoorbeeld iets misgaat in de familie of door ziekte. Het samen leren, het elkaar bij de les houden, het met elkaar de stof eigen maken, dat wordt veel moeilijker als je per vak weer een eigen vertrouwd groepje moet vormen. Het zal daardoor minder opvallen op het moment dat er iemand uitvalt. Dit versterkt de afbraak van de academische gemeenschap die al jaren aan de gang is: docenten krijgen steeds minder tijd om studenten te begeleiden, gebouwen werken steeds meer met pasjes waardoor er fysieke barrières ontstaan tussen docenten en studenten, en met dit plan zullen ook studenten elkaar steeds minder makkelijk treffen.

Los van de inhoudelijke bezwaren tegen dit plan, gaat het direct in tegen de eisen die het afgelopen jaar door protesterende studenten zijn opgesteld. Dit is niet verrassend aangezien de PvdA en VVD tot op heden geen van de eisen hebben overgenomen of ondersteund. Sterker nog, de PvdA en VVD hebben voor het leenstelsel gestemd. Waarom de LSVb aan dit plan meewerkt is echter verbazingwekkend. Het is onduidelijk hoe de LSVB er precies toe besloten heeft dit plan te ondersteunen, want overleg met hun deelvereninging de ASVA lijkt achterwege zijn gebleven getuige de kritiek vanuit dat kamp.

Kortom: het experiment is nog een stap in de richting van, niet weg van, de commercialisering van het onderwijs. Na flexwerken en flexwonen dreigt dit de zoveelste maatregel te zijn om, onder het mom van “persoonlijke vrijheid” en “stimulering”, een prijskaartje te hangen aan elk onderdeel van het publieke goed, ten koste van hen die niet tot een ondernemende of bestuurlijke elite behoren. Wie studenten echt hun dromen wil laten volgen, moet kwetsbare vakken beschermen en onderwijs betaalbaar houden voor iedereen.

Humanities Rally
University of Colour
De Nieuwe Universiteit
ReThink UvA

1 reactie

Opgeslagen onder Artikelen

Concept bezuinigingen 2016-2018

Een klein vogeltje heeft ons het concept bezuinigingsplan voor 2016-2018 bezorgd. Tipje van de sluier: het is geen goed nieuws.

Omdat het document niet is opgesteld met het oog op lezersgemak en aangezien wij vermoeden dat de managerstermen niet bij iedereen bekend zijn hebben wij het bestand voor jullie samengevat en geduid. Dat kan je hier lezen:

Humanities Rally Samenvatting bezuinigings- en investeringsplan 2016-2018

 

Heb je wel behoefte aan het oorspronkelijke document? Dat kan je hier lezen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Files

Nieuwe factsheets

Gisteren publiceerden wij al een overzicht van de vele bestuurslagen die de UvA kent. Nu hieronder factsheets over verschillende andere onderwerpen. Ook een lijst met afkortingen om je te helpen door het oerwoud van begrippen heen te komen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Schematische weergave organisatiemodel UvA

De UvA heeft veel verschillende bestuurslagen met verschillende onderlinge relaties. Als houvast en om kritiek begrijpelijker te maken hebben wij onderstaand schema gemaakt.

Organisatie model UvA schematisch weergegeven, colleges, faculteiten, departementen, CvB

Als PDF: HR factsheet organisatie

In english: HR-organisational-structure-UvA

Andere factsheets: https://humanitiesrally.com/documenten/

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Files

Lid commissie Democratisering & Decentralisering gevraagd

Gevraagd: student, junior docent of promovendus (v/m) als lid van de commissie Democratisering & Decentralisering.
Toelichting: Aan de UvA wordt een commissie ingesteld die voorstellen moet doen over democratisering en decentralisering. De voorstellen zullen van landelijk belang zijn. De actievoerders en medezeggenschapsorganen mogen deze commissie zelf instellen. Het CvB faciliteert. De D&D commissie zoekt nog versterking met een lid (v/m) uit de jongere geledingen van de UvA organisatie. De commissieleden die al in beeld zijn, willen een dag per week besteden. Op verschillende terreinen zullen er werkgroepen gevormd worden, die door de commissieleden worden aangestuurd.

Information: a committee is being formed at the UvA that will advise about democratization and decentralization. The advises will be of national importance. The protesters and student council and workers council are forming this committee. The executive board only facilitates the formation. The D&D committee is still looking for another member (f/m), to represent the younger parts of the UvA. The committee members who already are in the picture, want to spend a day a week to the committee. There will be working groups in different domains, those

Wat we vragen:
Affiniteit met democratisering;
Betrokkenheid en inzet bij de taak van de D&D commissie;
Goede contacten in de groep waar je toe behoort: student, junior docent of promovendus;
Goede contactuele eigenschappen;
Weten wat er speelt op de UvA en/of op andere universiteiten;
Goede schrijfvaardigheid;
Minstens 1 dag per week beschikbaar.

Je expertise is een welkome aanvulling voor de commissie. Solliciteer per email vóór dinsdag 10 november 24.00.

Emailadres: rutten.at@gmail.com
(Gebruik hetzelfde emailadres om meer inlichtingen te vragen.)

http://democratisering.uva.nl/tienpuntenplan/updates-tienpuntenplan/updates-tienpuntenplan/updates-tienpuntenplan/content/folder/academische-gemeenschap-betrekken-en-commissie-democratisering.html

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geen categorie

Brief aan de CSR over de benoemingsprocedure

Met dit document willen wij, Humanities Rally, De Nieuwe Universiteit en de University of Colour, ons standpunt ten opzichte van de benoemingsprocedure zoals nu vastgesteld articuleren. Wij willen graag de Centrale Studentenraad ondersteunen in de onderhandelingen met de Raad van Toezicht en onze visie op het sollicitatieprofiel delen.

Ten eerste is het voor ons belangrijk dat de commissie Democratisering en Decentralisering haar werk niet voor niets doet. Dat betekent concreet dat wij willen zien dat de nieuwe bestuurders zich gebonden weten aan de uitkomsten van deze commissie, wat die uitkomsten ook mogen zijn. De RvT lijkt zich op dit moment niet gebonden te voelen aan de uitkomsten van de Democratisering en Decentraliseringcommissie, maar het College van Bestuur als bestuursorgaan heeft zich eraan gecommitteerd. Het is daarom niet meer dan logisch dat nieuwe leden dit ook doen. De RvT mag niet door een gehaaste procedure voorbijgaan aan de democratische afspraken die er zijn gemaakt. Mocht de RvT dit wel willen proberen, is weerstand gerechtvaardigd.

Ten tweede is het voor ons – in het kader van democratie op de universiteit – noodzaak dat de leden van de sollicitatiecommissie die door de medezeggenschap worden voorgedragen een gelijke stem hebben in het goedkeuren of afkeuren van een bepaalde kandidaat. Hoewel dit reeds logisch volgt uit de toezegging van de RvT dat alle medezeggenschapsorganen leden aandragen voor de sollicitatiecommissie, willen wij dit expliciet vastgelegd hebben vóór de start van de procedure.

Ten derde willen wij in het kader van transparantie dat het advies dat de medezeggenschap geeft over de kandidaat openbaar wordt en dat de kandidaat zich voor de benoeming zal presenteren aan de academische gemeenschap. Hoewel wij begrijpen dat het voor sollicitanten mogelijk moeilijk is te solliciteren wanneer alles meteen openbaar is, is het voor ons belangrijk om te zien dat een sollicitant bereid is verantwoordelijkheid te nemen tegenover de academische gemeenschap waarmee gewerkt moet worden als hij of zij plaatsneemt in het CvB. Het is voor ons belangrijk dat dit punt tot onderdeel van het sollicitatieprofiel wordt gemaakt.

De CSR heeft goed werk geleverd in het democratiseren van de benoemingsprocedure. Toch zijn wij van mening dat er meer tijd nodig is voor het grondig en effectief consulteren van de academische gemeenschap. De RvT heeft de gehele verantwoordelijkheid voor het betrekken van de academische gemeenschap bij het tot stand komen van het sollicitatieprofiel op de CSR afgewenteld; om deze mogelijkheid tot democratie goed te benutten, moet de CSR hier meer tijd voor krijgen. Want één consultatiemoment, noch onder tijdsdruk functionerende focusgroepen, mogen niet door de RvT aangegrepen om zichzelf een schijn van democratische legitimiteit te bezorgen. Het lijkt ons van groot belang het profiel en de procedure zo democratisch mogelijk vorm te geven opdat het geheel in lijn is met de democratische eisen die afgelopen jaar door de academische gemeenschap zijn geformuleerd.

Tenslotte zijn wij van mening dat de RvT als zodanig het democratische proces ondermijnt.
Want waarom zou een niet-verkozen orgaan als de RvT, die zelf zo goed als niet betrokken is bij de dagelijkse gang van zaken op de universiteit, een grotere stem mogen hebben bij zoiets wezenlijks als de benoeming van nieuwe bestuurders, dan de medezeggenschapsraden die direct voortkomen uit de academische gemeenschap? De medezeggenschapsraden daarentegen zijn democratisch verkozen en staan voor openbaarheid, transparantie en inspraak. Zij zouden precies daarom een grotere stem moeten hebben in de benoemingsprocedure. Mocht de RvT voorbijgaan aan de legitieme eisen van de CSR, zullen wij de CSR altijd steunen in de strijd voor democratie.

Humanities Rally
De Nieuwe Universiteit
University of Colour

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Files

Bussemaker en CvB brengen studenten in diskrediet

Onze eigen Arthur Berkhout heeft een artikel geschreven voor Folia naar aanleiding van de start van het academische jaar. Dat artikel is hier te lezen op folia en staat hier onder in zijn volledigheid.

Het nieuwe collegejaar is zoals bekend enigszins tumultueus van start gegaan, en de sussende reactie van het CvB liet niet lang op zich wachten: Hans Amman sprak zich in een woensdag op Folia.nl verschenen interview uit over de censuurkwestie. Op dezelfde dag verscheen in het blad Folia een interview met minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker, die de kans kreeg de afschaffing van de basisbeurs te verdedigen en in het algemeen haar licht te laten schijnen over het Nederlandse hoger onderwijs. Wie dacht dat met de blokkade van de opening van het academisch jaar de toon is gezet, zit ernaast. Het zijn deze twee interviews die tonen hoe in de hogere bestuurslagen na een jaar protest nog altijd over democratie en reële inspraak wordt gedacht: namelijk als een bron van reputatieschade en als een overbodig attribuut.
‘Alles wijst erop dat de financiële problemen aan de UvA ontstaan zijn door grootschalige vastgoedprojecten, waarvan de zinnigheid ernstig betwijfeld kan worden’
Bussemaker beweert vol optimisme dat door de afschaffing van de basisbeurs (het ‘studievoorschot’) 1 miljard euro vrijkomt, geld dat volledig ten goede zal komen aan het hoger onderwijs. Het is nog maar de vraag of dit bedrag daadwerkelijk gerealiseerd zal worden. Hoe dan ook zal dit geld te laat komen om op de UvA de aanstaande draconische bezuinigingen op de Faculteit der Geesteswetenschappen en de Faculteit der Rechtsgeleerdheid te kunnen verhinderen.

Verantwoordelijkheid nemen
Waarvan is dit het gevolg? Alles wijst erop dat de financiële problemen aan de UvA ontstaan zijn door grootschalige vastgoedprojecten, waarvan de zinnigheid ernstig betwijfeld kan worden. De academische gemeenschap heeft hierover niet mee kunnen beslissen. Ondertussen wordt zij wel gedwongen miljoenenbezuinigingen te ondergaan die de kwaliteit van onderwijs en onderzoek zwaar onder druk zetten en tot vele ontslagen leiden. Tot op heden wordt als motivatie voor deze bezuinigingen alleen verwezen naar systemische noodzakelijkheden die vervat zijn in het universitaire allocatiemodel – in plaats van dat verantwoordelijkheid voor het eigen beleid wordt genomen.

Bussemaker verkondigt nu in het genoemde interview dat het ten tijde van de Maagdenhuisbezetting ‘niet zo simpel was om zicht te krijgen op wat de actievoerders wilden’. Welnu, dat is erg duidelijk en was het toen ook. We willen niet dat de kwaliteit van ons onderzoek en onderwijs in het geding komt door de onbesuisde acties van bestuurders waar we geen invloed op hebben. De waarde van democratie aan de universiteit ligt hierin besloten: dat potentieel de volledige academische gemeenschap dergelijke acties wél kan controleren en daarmee de universiteit beter maken.
De opmerking dat de protesten in een groot deel van het land geen weerklank zouden vinden, is voor een bewindspersoon van een partij die momenteel in de peilingen op 14 zetels uitkomt natuurlijk enigszins gewaagd. De bewering dat op sommige Engelse universiteiten studenten ondanks een volkomen gebrek aan inspraak wel tevreden zouden zijn, is een gotspe. De minister verkondigt in feite dat democratie overbodig is en we maar gewoon tevreden moeten zijn. Ze impliceert zelfs dat een universiteit te complex is om door een gekozen rector bestuurd te worden. Terwijl het duidelijk is dat nu juist het niet-verkozen bestuur met vastgoed geblunderd heeft en nu de rekening naar de faculteiten, naar het onderwijs en onderzoek, naar ons studenten en medewerkers doorschuift. In plaats van dat de sociaaldemocratische minister het democratisch engagement ondersteunt, zet ze de protesterende studenten weg als vage utopisten met overbodige doelen.

Reputatieschade
En daarmee is daadwerkelijk de toon gezet: het delegitimeren van protesterende studenten lijkt nog altijd de instinctieve reactie van bestuurders op onrust te zijn. Hans Amman beweert dat de helft van de 8 procent minder aanmeldingen aan de UvA dit jaar terug te voeren is op de protesten van afgelopen jaar. Nou kun je je afvragen waar hij deze inschatting op baseert (heeft hij bijvoorbeeld iedereen die dit jaar niet aan de UvA gaat studeren gevraagd waarom niet?). Je zou je ook kunnen afvragen of de door de UvA in de arm genomen reputatiemanager zijn werk niet goed gedaan heeft. En of alle PR-campagnes en idealistische posterseries toch geen vruchten hebben afgeworpen. Maar als er iets is dat de reputatie van de UvA zodanig heeft kunnen beschadigen dat mensen ervan afzien hier te studeren, dan moet dat toch vooral gezien worden in het feit dat het universiteitsbestuur tot meerdere keren aan toen de ME op zijn eigen studenten afstuurt. En, ja: kritische gedichten censureert.
‘Democratie en autonomie binnen het onderwijs zijn een essentieel deel van zinvol onderwijs’
De angst van het CvB voor reputatieschade leidt tot gedrag dat die reputatie juist drastisch schaadt. Want is niet juist een academische gemeenschap die zich tot het uiterste toe inzet om de kwaliteit van haar onderwijs en onderzoek te behouden de beste reclame die een universiteit zich kan wensen? Het studentenprotest is bittere noodzaak. De noodzaak van een intellectueel alternatief voor de gevestigde orde. De noodzaak van het betrekken van mensen bij de politiek, iets waar de partijpolitiek al decennia steeds minder in slaagt. De noodzaak van democratisch engagement. Het door Bussemaker gekoesterde denkbeeld dat democratisering instellingen ‘om zeep’ zou helpen, is buitengewoon fatalistisch en tekenend voor de top-down mentaliteit van bestuurlijk Nederland. Democratie en autonomie binnen het onderwijs zijn een essentieel deel van zinvol onderwijs.0

De academische lente is nog lang niet voorbij.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Artikelen

Reactie op de Conceptkaderbrief 2016

Het CvB is ertoe overgegaan lippendienst te bewijzen aan transparantie en democratie: de Kaderbrief 2016 (waarin de financiële kaders voor het beleid van komend jaar uiteen worden gezet en toegelicht) is online geplaatst zodat alle studenten en docenten hierop suggesties kunnen leveren. Door dit echter in de zomervakantie te doen en studenten de Kaderbrief niet per mail te sturen, kunnen de beleidsmakers ervan uitgaan dat ze met weinig inspraak rekening zullen moeten houden. Humanities Rally, De Nieuwe Universiteit, Rethink UvA en University of Colour hebben de Kaderbrief geanalyseerd en stellen vast dat de trend van de afgelopen jaren, ondanks al het verzet van de afgelopen periode, wordt voortgezet: er wordt doorgegaan met bezuinigen, het primaat van Onderwijs en Onderzoek staat nog altijd onder druk vanwege vastgoedavonturen en het beleid blijft gericht op het verhogen van studierendement in plaats van kwaliteit.

Bezuinigingen

De verdeling van financiële middelen wordt nog steeds uitgevoerd op basis van kwantitatieve output, waarvan de indicatoren de aantallen eerstejaars inschrijvingen, diploma’s (nominaal+1), studiepunten en promoties zijn. Door eerdere bezuinigingen op de FGw is het aantal promoties gedaald. Hierdoor slinken de budgetten verder, zodat verdere bezuinigingen als noodzakelijke oplossing worden gepresenteerd (Kaderbrief p. 28). Hiermee wordt op den duur een neerwaartse spiraal ingezet die het potentieel verwoestende effect van deze vorm van financiering aantoont. Op de FGw is het resultaat een structurele bezuiniging (verbloemd als “ombuiging”) van 8,1 miljoen euro. Het is dan ook te verwachten dat Onderwijs en Onderzoek het komende jaar zullen lijden.

De negatieve effecten van financiering op basis van volatiele factoren als aantallen eerstejaars-inschrijvingen en behaalde studiepunten en diploma’s lijken tegelijkertijd welbekend te zijn aan de beleidsmakers, want het AMC, de ACTA en AUC krijgen hun financiële middelen op historische basis (Kaderbrief p. 7). De mogelijk positieve effecten van de outputfinanciering (meer geld in tijden van hogere output) worden teniet gedaan doordat de faculteiten hun geld niet mogen opsparen in anticipatie op potentieel dalende studentenaantallen. Een op z’n minst gedeeltelijke verdeling op historische basis voor alle faculteiten is mogelijk en wenselijk.

Daarnaast is ook niet duidelijk op basis van welke berekening de bezuinigingen van 8,1 miljoen op de FGw noodzakelijk zouden zijn. Berekend op basis van de gegeven sleutel in de Kaderbrief en de verwachte cijfers voor 2016 is er op onderwijs slechts een tekort van ongeveer 2 miljoen, wat niet in de buurt komt van de als ‘structurele noodzaak’ gepresenteerde 8,1 miljoen. De Kaderbrief schiet hopeloos tekort wanneer bezuinigingen niet met heldere cijfers onderbouwd kunnen worden. Dezelfde onduidelijkheid geldt voor de bezuinigingen op de FdR. Wat is de noodzaak daarvan? In de Kaderbrief wordt in tabel 8 op pagina 18 namelijk enkel een stijging voorspeld van de genoemde financieringsindicatoren en wordt er geen tekort aangegeven. Volgens de logica van het allocatiemodel zou dit juist tot een verhoging, niet een reductie van middelen moeten leiden.

Waar de beleidsmakers kennelijk hun hand niet omdraaien om miljoenenbezuinigingen door te voeren op Onderwijs en Onderzoek, kunnen besparingen op de overhead alleen met een “aanmerkelijke inspanning” en ook alleen ergens in de komende jaren gerealiseerd worden (Kaderbrief p. 31). Waarom deze besparingen voornamelijk op Facultair en niet op Centraal niveau uitgevoerd moeten worden is volledig onduidelijk, en waarom de door de besparingen vrijgekomen middelen worden ingezet voor andere indirecte kosten in plaats van Onderwijs en Onderzoek is eveneens raadselachtig.

Onduidelijkheden

De Kaderbrief is een poging tot het verschaffen van meer helderheid. Toch blijven veel dingen onduidelijk. Zo is bijvoorbeeld in het Jaarverslag 2014 de volgende opmerking te lezen: “uit recente herberekening blijkt dat er meer middelen nodig zijn om de volledige Binnenstadscampus te realiseren dan in de oorspronkelijke planvorming was bedacht.” Maar hoeveel meer wordt niet toegelicht.? En waarom staat dit niet in de Kaderbrief? Wat zijn de gevolgen van deze noodzaak tot ‘meer middelen dan gepland’? Verder streeft de meerjarenbegroting er tot 2019 naar de faculteiten een nulresultaat te laten realiseren. Vastgoed blijft echter dramatische verliezen draaien: van ca. -20 000 tot ca. -12 000 (Kaderbrief p. 11). Waarom geldt hier een andere eis? Waarom is het strikt noodzakelijk dat de faculteiten een nulresultaat behalen (desnoods d.m.v. bezuinigingen), terwijl Vastgoed hiervan gevrijwaard is en wat is het gevolg hiervan?

Vaak wordt de begroting zo onnauwkeurig opgesteld dat er in werkelijkheid meer geld beschikbaar is dan geraamd (Kaderbrief p. 13). In 2014 is er bijvoorbeeld duidelijk meer geld overgebleven (tabel 3, p. 11 Kaderbrief). Waren in het licht van onnauwkeurig begrotingswerk de bezuinigingen op de FGw en FdR überhaupt wel noodzakelijk?

In de Kaderbrief staat het volgende te lezen: “De UvA geeft meer middelen uit dan zij binnenkrijgt en deed daar al een (voor) investering mee in de gevraagde doelen. Faculteiten zal als onderdeel van de begroting 2016 gevraagd worden concreet aan te geven welke uitgaven daar reeds plaatsvonden of nu extra worden gedaan die te relateren zijn aan de gevraagde voorinvestering” (Kaderbrief p. 28). Uit deze passage kan worden opgemaakt dat de UvA geen inzicht heeft in hoe de voorinvesteringen zijn gedaan, of dat ze überhaupt zijn gedaan, terwijl op pagina 12 staat dat er voor de UvA reeds voorzien was in verbeteringen op dit gebied door verhoging van het aantal contacturen in het eerste bachelorjaar en door uitvoering van de maatregelen studiesucces, waaronder de investeringen in UvA Matching en UvA Q (UvA Matching wordt hier opgevoerd als investering in onderwijskwaliteit). Hoe is het mogelijk dat de UvA investeert met geld dat er niet is?  En als dat  vervolgens t toch gedaan wordt, niet weet waar dat geld heen is gegaan?

Genoemde voorinvesteringen worden gedaan vooruitlopend op de financiële middelen die vanaf 2018 zullen vrijkomen in verband met de invoering van het leenstelsel (verbloemd als “studievoorschot”). Hieromtrent bestaat veel onduidelijkheid in de Kaderbrief. Zo staat er dat er 6.2 miljoen structureel ten goede komt aan het onderwijsbudget vanaf 2018, maar in de factsheet waarnaar verwezen wordt staat dat er gemiddeld 17 miljoen vrijkomt per universiteit. Hoe wordt de gigantische discrepantie tussen deze twee bedragen verantwoord? Volgens de kaderbrief zou er bovendien 4 miljoen beschikbaar zijn voor de voorinvesteringen, op basis van het jaarverslag 2014 (p.148) staan echter cijfers die dit tegenspreken. Waaruit wordt deze extra voorinvestering dan gedaan? Waarom wordt de 6.2 miljoen die verwacht wordt per 2018 verwerkt in de begroting, terwijl in de Risicoparagraaf (Kaderbrief p. 15) staat dat er onzekerheid is over de mate waarin de middelen voor het studievoorschot ook daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden? Wat voor effect hebben de voorinvesteringen op de daadwerkelijke uitkering van het studievoorschot? Worden de voorinvesteringen terugbetaald vanuit de middelen voor het studievoorschot? Zo niet, waaruit wordt het dan betaald?

De Kaderbrief verklaart zowel de kosten als de baten aan de faculteiten over te dragen, d.w.z. de faculteiten krijgen middelen toebedeeld en hebben de verantwoordelijkheid voor alle kosten, zodat wetenschappers zelf zouden kunnen bepalen welke middelen waarvoor worden ingezet (Kaderbrief p. 11). Deze schijnbare autonomie wordt echter vanuit centraal niveau ondermijnd doordat de kosten worden verhoogd maar de baten gelijk blijven. Het bestuur berekent aan de faculteiten een verhoging van de huurprijs per vierkante meter door van 3,5% per jaar tot 2019, die bovenop de inflatie komt.  Door tegelijkertijd de tarieven onderwijs over de jaren heen gelijk te houden, wordt er hier geen rekening gehouden met de inflatie (Kaderbrief p. 18). Dit zou een effect zijn van het streven van de UvA om stabiele prijzen in het allocatiemodel te hebben, zodat faculteiten weten waar ze in de toekomst op kunnen rekenen (Kaderbrief p. 12). In werkelijkheid is dit echter een bezuinigingsmaatregel, omdat de inflatiecorrectie wel wordt toegepast op de huurprijs en daarbovenop de huurprijs stijgt terwijl de tarieven, dus de baten, voor de faculteiten gelijk blijven (Kaderbrief p. 31). In plaats van dat de autonomie van de faculteiten gegarandeerd is, wordt hen dus in feite middels de volledig ongecompenseerde huurverhoging geld afgetroggeld dat terugvloeit naar het centrale niveau – geld dat bestemd is voor Onderwijs en Onderzoek en waarover de faculteiten vrije beschikking zouden moeten hebben.

Door de huurprijzen drastisch te verhogen gedraagt het CvB zich feitelijk als een soort huisjesmelker. De motivering van de huurverhoging ligt vermoedelijk in de solvabiliteitseis van de Onderwijsinspectie, die bij 30% ligt. De opmerking in de Kaderbrief dat “met financiers” een solvabiliteit van 15% is afgesproken, is in het licht van de door de Onderwijsinspectie verhoogde eis moeilijk te plaatsen. Dat bij aanvang van het Huisvestingsplan een solvabiliteit van 20% als voldoende werd ingeschat om eventuele risico’s op te vangen is nu juist de crux (Kaderbrief p. 13). Want hoe wordt de solvabiliteit in stand gehouden? Gezien de middelen die nodig zijn voor de realisering van de megalomane vastgoedprojecten waarin de UvA zich heeft gestort, moet ook het eigen vermogen vergroot worden. Bezuinigingsmaatregelen zoals huurverhoging dragen daartoe bij, maar verloochenen het primaat van Onderwijs en Onderzoek.

De Kaderbrief verzuimt te vermelden waar het geld vandaan komt voor de compensatie via het budget voor de UB (Kaderbrief p. 32) en maakt überhaupt geen gewag van de activiteiten van de UvA Holding, die alle bezweringen van het CvB ten spijt wel degelijk invloed hebben op de financiële situatie van de UvA.  Ook wordt uit de Kaderbrief niet duidelijk wat precies het ‘Treasurybedrijf’ is en waarom de waarde daarvan gestaag daalt (Kaderbrief Tabel 3, p. 11; tabel 5 p. 14). Volgens de Kaderbrief zelf moet deze daling het gevolg zijn van een daling van uitbetaalde rente door het Vastgoedbedrijf en/of een verhoging van de te betalen rente over leningen (Kaderbrief p. 35).  Wat precies veroorzaakt deze daling? Waar zijn de cijfers die dit inzichtelijk maken? Ten slotte is onduidelijk of en waar De Kleine Letterengelden, zoals omschreven in het Convenant ter consolidatie van kleine letteren (1992) verwerkt zijn. Zoals in het Convenant staat, is dit een rijksbijdrage, maar in tabel 11 op pagina 19 van de Kaderbrief, staat onder de rijksbijdrage echter geen geld t.b.v. de kleine letteren. Wel staat er onder beleidsbudgetten onderwijs een bedrag van 2.976. Dit bedrag wordt omschreven als “het budget dat FGw op basis van het UvA beleid ontvangt voor het in stand houden van de kleine letteren” (pagina 18). Waar zijn de kleine letteren gelden die als rijksbijdrage geleverd behoren te worden door de overheid conform het Convenant?

Aangezien studenten en docenten zijn opgeroepen vragen te stellen suggesties te doen, verwachten wij dat de vragen die in deze brief zijn verwoord naar tevredenheid beantwoord zullen worden en stellen wij concreet voor in de kosten van Bureau Communicatie te snijden, vooral met betrekking tot woordvoerders. Wij willen onze bestuurders capabel genoeg achten om één van hun primaire taken, namelijk het communiceren van hun beleid aan de academische gemeenschap, zelf op zich te nemen.

Wij – de academisch gemeenschap – zullen ons op alle mogelijke manieren blijven inspannen de kwaliteit van ons Onderwijs en Onderzoek te waarborgen en te behoeden voor destructieve bezuinigingsmaatregelen.

Humanities Rally

De Nieuwe Universiteit

Rethink UvA

University of Colour

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Files, Updates