Partijprogramma 2017

Voor een korte versie klik hier.

Lees ook ons manifest.

Voorwoord
1. Behoud kleine opleidingen
2. Decentraliseer bestuurlijke macht
3. Vrijheid voor de docent
4. Vrijheid voor de student
5. Quota en curricula

Voorwoord

Twee jaar geleden kwamen studenten van de geesteswetenschappen in opstand tegen Profiel 2016. De plannen die hierover gelekt waren, schetsten de richting die de UvA op wilde met onze faculteit: één brede bachelor, met alle verschraling van onderwijs en verlies van specialisatie van dien. Mede dankzij de protesten zijn deze plannen nog geen realiteit geworden. Maar daarmee zijn we nog niet af van de donkere wolken aan de horizon. Nog steeds staan kleine opleidingen aan de FGw onder druk om te bezuinigen, nog altijd liggen plannen voor verbreding op de loer. Dat er duidelijk geen behoefte is aan deze vorm van onderwijs aan de kant van studenten en docenten, maakt hierin kennelijk geen verschil.

Humanities Rally pleit daarom nog altijd voor het waarborgen van specialisatie en het kunnen geven van kwalitatief hoogwaardig onderwijs. Hierbij is vrijheid voor docenten om zelf te kunnen bepalen hoe ze hun lessen inrichten niet enkel een intrinsieke waarde, maar ook van instrumenteel belang. Alleen door het zwaartepunt van de macht bij de opleidingen – docenten én studenten – zelf te leggen, kan ervoor worden gezorgd dat het best mogelijke onderwijs wordt gegeven. Wij wijzen top-down management af, tezamen met alle belangen die daarmee gepaard gaan die niet behoren tot de kerntaken van de universiteit: onderwijs en onderzoek.

We zijn ervan overtuigd dat het behoud van specialisatie en van kleine opleidingen hand in hand gaat met de verdere decentralisering van de universiteit. Dit betekent ook een verlichting van de werkdruk voor docenten. Onder druk van van bovenaf opgelegde regels ontstaat er steeds minder mogelijkheid tot passend onderwijs en steeds minder tijd om op zaken zoals curricula te reflecteren. Pas als de docent weer autonomie heeft over hun eigen vak is er ruimte om kwalitatief hoogwaardig onderwijs te kunnen geven. Wat goed is voor de docent komt de student ook ten goede.

Dit is echter niet de enige verandering waarvan wij menen dat hij moet plaatsvinden om goed onderwijs te kunnen bewerkstelligen. Net als dat er regeldruk geldt voor docenten, raken studenten ook verstrikt in een wirwar aan bureaucratische beperkingen. De belangrijkste voorbeelden hiervan zijn het bindend studieadvies (BSA) en de verplichte minor. De universiteit is niet bedoeld om zo snel mogelijk arbeidskrachten af te leveren, maar juist om mensen de tijd en ruimte te geven zich te kunnen ontwikkelen tot kritische geesten. Om deze reden zouden wij ook graag een uitbreiding van het aanbod aan keuzevakken zien. Studenten hebben recht op de mogelijkheid zich zo goed mogelijk te ontplooien.

Goed onderwijs vereist niet enkel autonome docenten en vrijheid voor studenten. De inhoud van de gedoceerde stof zelf is uiteraard een zeer belangrijk onderdeel. Op dit moment is de inhoud van veel van de aangeboden curricula helaas erg eenzijdig. Ze schetsen een sterk westers perspectief. Hierdoor doen we geen recht aan kennis opgedaan door andere culturen of aan perspectieven van minderheden. We zijn van mening dat door deze perspectieven te includeren we een beter beeld krijgen van de opgedane kennis binnen de verschillende vakgebieden. Alleen door ook naar stemmen van minderheden te luisteren kunnen we onze kennis echt verrijken en vergroten. Tevens denken we dat enkel op deze manier we kunnen werken aan wederzijds begrip voor elkaars denkwijzen.

1. Behoud kleine opleidingen

Behoud kleine opleidingen

HRP is ervan overtuigd dat alle kennis waarde heeft, óók – en misschien wel juist – als weinig mensen deze kennis bezitten. De focus op het economische rendement dat studies behalen in de maatschappij is een onwenselijke ontwikkeling. Kennis wordt namelijk steeds meer gewaardeerd in termen van het geld dat ze oplevert, terwijl juist de kennis die wordt opgedaan aan de FGW financieel rendement voorbij gaat en van grote maatschappelijke betekenis is. Omdat studies binnen de geesteswetenschappen vaak niet direct duidelijk van economische toepassing zijn op de samenleving, worden deze afgeschreven als nutteloos. Niets is echter minder waar. Dat het belang van deze studies niet zo gemakkelijk kwantitatief kan worden uitgedrukt, betekent niet dat ze daarom geen bestaansrecht hebben. Drie jaar geleden kwam deze trend op haar hoogtepunt door het lekken van de plannen voor Profiel 2016. Hierin werd een plan geschetst om alle opleidingen binnen de geesteswetenschappen op één hoop te gooien en om te vormen tot één brede bachelor. Het verzet hiertegen leidde tot de oprichting van de actiegroep Humanities Rally en later deze partij.

Inmiddels lijken deze plannen van tafel geveegd te zijn. Echter wordt er achter de schermen nog altijd gewerkt aan de afbreuk van de faculteit. Centrale punten uit Profiel 2016 worden alsnog doorgeduwd, zoals de verengelsing van de faculteit, het omvormen van opleidingen naar clusters waarin men brede, gedeelde propedeuses volgt, en bezuinigingen middels het schrappen van keuzevakken. We vinden het zorgelijk dat interdisciplinaire opleidingen prioriteit krijgen boven specialisering. Het is immers niet mogelijk vruchtbaar samen te werken, wanneer er geen specialistische kennis is van de eigen discipline. Het lijkt erop dat de universiteit steeds meer homogene studenten zal afleveren, die van alle richtingen een beetje weten. Uiteindelijk zal dit tot niets anders leiden dan concurrentie op de arbeidsmarkt én binnen onderzoeksaanvragen.Tevens betekenen deze brede bachelors een teloorgang van kennis en zal de aansluiting op een (research) master steeds lastiger worden.

Om de verschraling van het onderwijs tegen te gaan en de specialistische kennis van kleine opleidingen veilig te stellen, wil HRP zich richten op de invoering van de verplichte minoren, het taalbeleid aan de faculteit en de invoering van de TCR grondstructuur bij steeds meer opleidingen.[1]

Verplichte minoren

Op dit moment staat het studenten nog vrij om zelf een minor samen te stellen. Deze kan o.a. bestaan uit verdiepingsvakken binnen de eigen discipline. Met het invoeren van de verplichte minor worden deze afgeschaft. De faculteit kan dan, door de samenwerking tussen opleidingen, minoren aanbieden die bestaan uit basisvakken van andere opleidingen. Als je ervoor kiest te verbreden is dit geen probleem, maar de mogelijkheid tot verdieping bestaat dan niet meer. feitelijk is dit niets anders dan een verkapte manier om te bezuinigingen op keuzevakken. HRP wil daarom de invoering van de verplichte minoren tegenhouden en de afschaffing van de specialistische minoren voorkomen.

Taalbeleid

Onder de vlag van internationalisering wordt er steeds meer aangestuurd op tweetalige of zelfs volledig Engelstalige opleidingen. Dit trekt meer internationale studenten en zou een goede voorbereiding op de master betekenen. Echter kan Engelstalig onderwijs op bachelorniveau voor ernstig kwaliteitsverlies zorgen. Niet alle Nederlandse studenten zijn even comfortabel in het spreken en schrijven van Engels. Een student dwingen tot het inleveren van een Engelstalig essay kan ten gevolg hebben dat deze zich veel minder goed kan uitdrukken, wat tot lagere beoordelingen leidt – terwijl hetzelfde essay in het Nederlands laat blijken dat iemand de stof juist heel goed begrepen heeft. Daarnaast zijn ook lang niet alle docenten even bevlogen in de Engelse taal. Een docent die verplicht een vak in het Engels moet geven kan betekenen dat deze de stof niet goed overdraagt – een direct kwaliteitsverlies. HRP wil de geplande tweede Engelse track bij Wijsbegeerte tegenhouden. Daarnaast bepleiten we autonomie van de docent over hun vak: de docent beslist of zij deze in het Engels of het Nederlands wil doceren.

TCR grondstructuur

Het kernidee van Profiel 2016 was het samenvoegen van de bacheloropleidingen. De hervorming van de kleine talen heeft veel van dit plan weg: studenten volgen één brede gedeelde propedeuse, waarna er wordt gekozen voor een major en minor. Voor de meeste talen is deze structuur al een feit. HRP wil ervoor zorgen dat deze grondstructuur niet wordt toegepast op de andere opleidingen en afdelingen binnen de FGW, zoals Nederlands en Engels, Taalwetenschap en Kunst & Cultuur (waar er momenteel onderzoek wordt gedaan naar de omvorming tot een Engelstalig traject met dezelfde structuur als TCR).

HRP zet zich in voor het beschermen van alle opleidingen aan de FGW, maar omdat voornamelijk de kleinere opleidingen met weinig studenten in het geding staan, hebben deze dan ook onze prioriteit.


[1] Taal, cultuur & Regio studies (TCR) is de noemer van de kleine talen ‘nieuwe stijl’, waarbij het idee is dat men een gedeelde propedeuse doet, waarna een track gekozen kan worden. Hierin worden opleidingen geacht voor opleidingseigen vakken zelf studenten te trekken (met een minimum van 20 studenten), worden vakken veelal gezamenlijk gedoceerd en is er weinig ruimte voor specialistische keuzevakken.

2. Decentraliseer bestuurlijke macht

Een democratische universiteit is een decentraal bestuurde universiteit. Alleen door de beslissingen over beleid neer te leggen bij degenen die het direct aangaat – de academische gemeenschap – kan de universiteit naar behoren functioneren. Het inrichten van de faculteiten, de opleidingen, en de vakken, moet daarom zoveel mogelijk door de afdelingen zelf gedaan worden, in plaats van door centraal bestuur. HRP is voorstander van een bottom-up structuur, waarbij het beleid wordt gevormd door studenten en wetenschappelijk personeel zelf.

Afgelopen jaar is het rapport van de commissie Democratisering & Decentralisering gepresenteerd. Hierin komt duidelijk naar voren dat de huidige medezeggenschap nog ernstige tekorten vertoont en er nog steeds behoefte is aan meer bevoegdheden. Hoewel deze problematiek in de landelijke politiek ook al geadresseerd is met de wet Versterking bestuurskracht, zijn wij van mening dat deze wijzigingen nog lang niet voldoende zijn. Uit de voortzetting van plannen zoals de bètafusie (de samensmelting van de bètaopleidingen van de UvA en de VU) blijkt dat er met de zorgen en wensen van de academische gemeenschap maar weinig rekening wordt gehouden. Net als bij Profiel 2016 is er hevig verzet geweest (en bestaat dat er nog steeds) tegen de bètafusie, maar daar trekt het centraal bestuur zich weinig van aan.

HRP is van mening dat de verkozen raden niet enkel het beleid zouden moeten corrigeren, maar dit zelf moeten vormen. Op deze manier komen de kerntaken van de universiteit ook weer centraal te staan: onderwijs en onderzoek. Beleid zou hierop moeten worden gevormd, met het oog op kwalitatieve indicatoren die de verbetering van deze kerntaken meten.

3. Vrijheid voor de docent

De kwaliteit van het onderwijs berust grotendeels op de kwaliteit van onze docenten. Als student hebben we baat bij een professor die vrij van benauwende regeltjes in staat wordt geacht zelf hun vakken in te richten. Zij zijn immers de specialisten in hun vakgebied. Wij vinden daarom dat we hen het vertrouwen moeten geven en ze vrij moeten laten zelf te bepalen hoe en wat ze onderwijzen. Op dit moment wordt er nog te veel van bovenaf opgelegd. In plaats van een centraal bestuur dat tot in details wilt reguleren wat er gedoceerd wordt, zouden de bestuurders er vertrouwen in moeten hebben dat hun docenten bekwaam genoeg zijn hier zelf over te beslissen.

Wij denken dat belangen van docenten, in tegenstelling tot wat er nu wordt voorgedaan, helemaal niet zo ver af staan van de belangen van studenten. Een docent die het vrij staat zelf zijn of haar lessen in te richten, kan op deze manier een zo hoogwaardig mogelijk onderricht garanderen. Dit is uiteindelijk weer in het belang van de student. Hoewel HRP denkt dat vrijheid voor de docent van intrinsiek belang is, heeft dit daarnaast dus ook een instrumentele waarde.

Niet alleen is het van belang dat de docent autonoom wordt, ook pleiten we voor een verlichting van de werkdruk. Momenteel ervaren veel docenten een enorme last ten gevolge van allerlei bijkomende verantwoordelijkheden naast het lesgeven. Dit komt de kwaliteit van het onderwijs niet ten goede.

4. Vrijheid van de student

HRP hecht waarde aan individuele (keuze)vrijheid voor de student. Deze vrijheid om zelf de studie te kunnen inrichten zien we bedreigd door instrumenten als het BSA en de verplichte minor. Het BSA is een middel om druk op studenten uit te oefenen om zo snel mogelijk hun diploma te halen. Hierdoor hebben studenten geen ruimte om zich te kunnen ontplooien. Binnen het onderwijs is deze ontplooiing uiteindelijk de kern waar het studeren toe dient. Het BSA zet dit onder druk door paal en perk te stellen aan de mogelijkheid de tijd te nemen om te ontwikkelen. Ook de verplichte minor heeft dit effect. Door keuzemogelijkheden te beperken, hebben studenten niet de volledige middelen van de universiteit tot hun beschikking.

We vinden het belangrijk dat studenten de kans krijgen om écht te studeren en te onderzoeken. Op deze manier wordt er veel meer uit de studie gehaald, dan wanneer iemand door de opleiding heen wordt gejaagd om zo snel mogelijk weer af te studeren. Dit is misschien goed voor de portemonnee van de universiteit, maar niet voor de ontwikkeling van de student. Tevens leiden we op deze manier geen kritische onderzoekers op, maar wordt men enkel klaargestoomd voor de arbeidsmarkt. Dit is niet waar de universiteit toe dient. Om deze reden pleit HRP voor de afschaffing van bureaucratische beperkingen zoals het BSA en de verplichte minor.

Om dezelfde reden willen we een uitbreiding van het aanbod van keuzevakken. Bij de vrijheid van de student om zich te ontwikkelen hoort ook een zo groot mogelijke keuzevrijheid. Het aanbod van keuzevakken is een belangrijke aanvulling op de reguliere studie. Met behulp hiervan kunnen studenten zich verdiepen in hun vakgebied, dan wel verbreding opzoeken in disciplines grenzend aan hun eigen opleiding. De interesse in interdisciplinair onderzoek wordt op deze manier veel beter opgevangen dan door brede bachelors of interdisciplinair onderwijs aan te bieden. De student raakt immers eerst gespecialiseerd in hun eigen vakgebied, waarna ze kennis maken met andere vakgebieden. Pas op het moment dat de gespecialiseerde kennis aanwezig is, kan interdisciplinariteit haar vruchten afwerpen.

5. Quota & curricula

De discussie omtrent de dekolonisering van de UvA is met de instelling van de Diversiteitscommissie overgegaan in een nieuwe fase. Wat HRP betreft is het tijd om te gaan nadenken over hoe we het beleid kunnen aanpassen en wijzigingen ter bevordering van dekolonisering écht kunnen implementeren. We denken dat dit niet enkel op facultair niveau dient te gebeuren, maar universiteitsbreed. De faculteitsraad is echter een goed punt om te beginnen. Ook voor de FSR is het van belang dat ze een goede weerspiegeling van de studenten wiens belangen ze belichaamt.

Om dit punt aankomend jaar op de agenda te zetten heeft HRP twee speerpunten: quota en curricula. Het eerste punt draait om de scheve verhoudingen in het wetenschappelijk personeel. Dit geldt voor de verhouding tussen mannen en vrouwen, maar ook voor andere minderheidsgroepen. Wij denken dat quota een goede manier kunnen zijn om dit verschil te verkleinen. Uiteraard is het cruciaal dat er mensen worden aangesteld op posities om hun kwaliteiten. Dit betekent echter niet dat er geen rekening kan en moet worden gehouden met zij die zich in een gemarginaliseerde positie bevinden. Op deze manier zorgen we ervoor dat er mensen uit alle gelederen van de maatschappij deel uitmaken van de academische gemeenschap, en wordt de universiteit een weerspiegeling van de samenleving.

De tweede manier waarop we diversiteit willen bevorderen is het herzien van de curricula. Momenteel wordt er vaak een eenzijdig, blank, en mannelijk perspectief geschetst van de verschillende vakgebieden binnen de FGw. Wij zijn van mening dat dit niet inherent is aan de wetenschap, maar dat er bewust keuzes worden gemaakt binnen de te doceren stof. Deze keuzes kunnen ook anderen zijn. Met het invoeren van curricula scans wordt docenten de mogelijkheid geboden kritisch te reflecteren op de lesstof. Is deze wel representatief voor het gehele werkveld? Toont deze ook andere perspectieven dan alleen een westerse? Wordt er recht gedaan aan de zogenaamde keerzijde van onze geschiedenis? Aan een gedecentraliseerde universiteit hoort een veelzijdig curriculum met verschillende perspectieven aangeboden te worden.

Dit jaar doen wij voor de derde maal mee aan de Facultaire studentenraadsverkiezingen op de FgW. Na respectievelijk 7 en 4 zetels van de 12 te hebben behaald zijn wij trots op wat Humanities Rally heeft kunnen doen en tegelijkertijd teleurgesteld in de staat van de Universiteit van Amsterdam. Het moet anders.

Stem! https://stem.uva.nl/

Advertenties